In de tram valt veel te lezen
Opschriften in trams
Marco Moerland verzamelt sinds zijn jeugd trambordjes en stelt er momenteel een aantal tentoon in NVBS Centraal. Ze geven informatie, tonen identiteit en weerspiegelen de tramgeschiedenis.
Het eerste verzamelstuk

Mijn eerste tekstbordje kocht ik op twaalfjarige leeftijd tijdens een tentoonstelling in de Rotterdamse remise Delfshaven. De expositie was georganiseerd door het mannenkoor van de RET. Ik betaalde voor het bordje twee gulden vijftig — een flinke hap uit mijn zakgeld. Thuis verklaarde mijn vader me voor gek: zoveel geld voor een stuk oud ijzer! Maar meer dan een halve eeuw later is het nog steeds een gekoesterd onderdeel van mijn verzameling.
Deze bordjes werden in de oorlogsjaren in de Rotterdamse trams aangebracht, omdat passagiers in de overvolle wagens het vertreksein ongeoorloofd bedienden. Conducteurs konden door de drukte niet snel bij het signaalriempje komen. Voor een vlot vertrek trokken de passagiers aan het afrijdsignaal. Daarmee werden de lampen van het optisch signaal van rood op groen gezet. Het leidde regelmatig tot ongelukken bij vertrek van de halte. Na de Tweede Wereldoorlog bleven de bordjes gehandhaafd.
De geschiedenis van tramopschriften
Trambedrijven brachten vanaf het begin opschriften aan in en op de rijtuigen, bij haltes, in wachthuisjes en in agentschappen. In de loop der jaren kwamen daar steeds meer voorschriften en verbodsbepalingen bij. Waren de teksten eerst vaak geschilderd, vanaf ongeveer 1910 deden geëmailleerde bordjes hun intrede. In de jaren dertig kwamen daar nieuwe materialen bij, zoals gegraveerd aluminium en resopalplaatjes: meerkleurige, gelamineerde kunststof waarin door graveren een contrasterende tekst zichtbaar werd.
Ook de bestemmingsaanduidingen veranderden: geschilderde of geëmailleerde koersborden maakten vanaf de jaren twintig plaats voor linnen richtingfilms.
Voor veel liefhebbers hadden die opschriften een grote aantrekkingskracht. Omdat de bordjes meestal geschroefd zaten, waren ze eenvoudig los te nemen. Toen veel oude trams werden afgevoerd, wisselden talloze bordjes van eigenaar. Soms verdwenen ze op minder legale wijze, maar vaak werkten trambedrijven juist mee: onderdelen van wagens die toch gesloopt zouden worden, mochten worden opgehaald. Ook slopers verdienden zo nog wat bij, want trambelangstellenden kwamen graag nog één keer een weemoedige blik op de afgedankte trams werpen en betaalden graag voor een souvenir.
Bordjes van de heer Kühne uit Weert

NVBS-lid Bernard Kühne opende in 1950 in Weert het Nederlands Trammuseum. In zijn tuin stonden op het hoogtepunt maar liefst vijf trams. Hij exposeerde ook een grote collectie bordjes en onderdelen. Zijn verzameling maakte op mij een onuitwisbare indruk. Kühne onderhield contacten met trambedrijven in binnen- en buitenland.
Na de opheffing van de tram in Mönchengladbach in 1969 mocht hij er een flinke hoeveelheid bordjes ophalen, een groot aantal in dubbele uitvoering. De exemplaren die hij al had, verkocht hij aan bezoekers. Daarbij prees hij met een goed gevoel voor handel zijn koopwaar aan! De opbrengst ging naar het museum en werd gebruikt voor het onderhoud van de trams en de verzameling. Veel NVBS-leden kwamen zo in het bezit van Duitse tramopschriften.
Stijlvol

Toen het trambedrijf in Rotterdam door de gemeente werd overgenomen, zette de energieke nieuwe directeur Nieuwenhuis een nadrukkelijke vernieuwing in. Naast 190 nieuwe trams en ingrijpende modernisering van ouder materieel werd op een consequente manier een opvallende huisstijl ingevoerd. Onder invloed van kunstbeweging De Stijl werd gekozen voor het gebruik van primaire kleuren in combinatie met een Art Deco-letter. Dit bord voor een agentschap is er een voorbeeld van. Op mijn fietsroute naar de middelbare school lag zo’n bord in de etalage van een sigarenzaak. Ik keek er bijna iedere dag naar. Op een ochtend zag ik dat de winkelactiviteiten gestopt waren. Met de dwingende schoolbel in het vooruitzicht besloot ik naar de les te gaan en in de middagpauze naar de winkel terug te keren. ’s Middags kreeg ik te horen dat het bord die ochtend aan de vuilniswagen meegegeven was. Tientallen jaren later heb ik alsnog een identiek bord kunnen verwerven. Ik kijk er tot op de dag van vandaag graag naar.
Een begeerd bordje uit Mainz

In mijn geboortestad Rotterdam, waren vanaf de jaren zestig de door Werkspoor (onder Düwag-licentie) geleverde gelede trams beeldbepalend. Ze waren ingetogener dan hun Duitse soortgenoten, die vaak aluminium sierstrips en een sierlijk gegoten Düwag-wybertje op het front hadden. Bij veel trambedrijven ontstond corrosie tussen dat fabrieksembleem en de wagenbak, waarna de fabrieksbordjes werden verwijderd.
In Mainz bleven ze echter tot het laatst zitten. Toen de trams uit Mainz na de Wende naar het Poolse Elbląg gingen, schreef ik het trambedrijf een verzoek om zo’n bordje. Ik verwachtte er niets van, maar een week later lag het begeerde exemplaar in de brievenbus. Uiteraard stuurde ik een oprecht bedankje terug.
Een vondst in de remise

In de jaren tachtig werkte ik als vrijwilliger bij de Tramweg Stichting in de Rotterdamse remise Delfshaven. De remise werd alleen nog gebruikt voor opslag en zou gesloten worden. We kregen toestemming om bruikbare materialen uit de oude magazijnen te halen.
Op een kast vond ik een bundel Beijnes-fabrieksplaten, bijeengebonden met een touwtje. Het waren prachtige geëtste platen met de afbeelding van een ZHESM-rijtuig van de Hofpleinlijn. Ze waren ooit verwijderd, omdat ze in de weg zaten bij het plaatsen van nieuwe bestemmingsborden op de middenbalkons van de vierassers. Sindsdien sieren deze platen menige museumtram in Nederland. Als vindersloon kreeg ik zelf ook een exemplaar.
Het rijtuig bepaalt de vorm

Opschriftbordjes zijn meestal klein, met korte en duidelijke teksten. De vorm hangt af van de plaats in het rijtuig: smalle deurstijlen vragen om staande bordjes. Op brede panelen boven de deuropeningen was plaats voor langwerpige bordjes. De Amsterdamse voorbeelden zijn gebruikt in verschillende series GTA-trams. De typografie werd in de loop der jaren steeds moderner. Ook de uitvoering van de geëmailleerde bordjes evolueerde; vanaf ongeveer 1905 was er uitsluitend plat emaille, in de jaren twintig van de vorige eeuw kwamen gebolde bordjes – zoals “Ingang vrij laten” – in zwang.
Een uitgebreid verhaal

In Den Haag werden de opschriften hoog in het rijtuig aangebracht, op de panelen van het balkonschot. Daar was ruimte genoeg voor grote borden, waarop de HTM vrijwel alle mededelingen kwijt kon. Per serie konden de afmetingen en vormen verschillen, al was de tekst vaak overeenkomstig.
Op het afgebeelde bord staat het nummer van aanhangrijtuig 650. De fabrikant maakte echter een fout: hij leverde een hele reeks borden met hetzelfde wagennummer. Daardoor kregen bijna alle wagens uit deze serie een geëmailleerd nummerplaatje dat over het foutieve nummer heen werd geschroefd. Rijtuig 650 werd in 1960 afgevoerd; de rest volgde binnen twee jaar.
Archaïsch

Sommige tramrijtuigen bleven lang in gebruik terwijl de teksten nooit waren aangepast. Een aantal houten stoomtramrijtuigen van de RTM werd ruim zestig jaar gebruikt. Het afgebeelde bordje komt uit zo’n rijtuig.
Hoewel in 1934 de spelling-Marchant was ingevoerd — waarbij naamvallen en de naamvals-n verdwenen — sprak men in deze trams tot in de jaren zestig nog van “den trein”. Ook het gebod “geeft acht” klinkt inmiddels archaïsch; we kennen het tegenwoordig alleen nog uit de militaire exercitie.
Herkenbaar

De Engelstalige uitdrukking signed all over verwijst naar objecten waarvan de herkomst meteen te herkennen is. Veel trambedrijven hadden zo’n eigen signatuur voor de opschriften. De bordjes van de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij zijn daar een goed voorbeeld van. Ze waren vanaf de jaren twintig uitgevoerd in blauwe letters op een witte achtergrond. Die kleur paste toevallig goed bij de bijnaam “Blauwe Tram”. Na de liquidatie van het bedrijf belandden veel NZH-bordjes in handen van verzamelaars.
De moderne tijd

De ontwikkelingen staan niet stil. De knusse tweeassige tram werd opgevolgd door de grotere vierasser. Uit oogpunt van personeelsbesparing en verbetering van de arbeidsomstandigheden werd de gelede tram ontwikkeld. Met minder personeel meer passagiers vervoeren, was het devies. Zodoende kon men kosten besparen en op een krappe arbeidsmarkt zo gunstig mogelijk met de inzet van medewerkers omgaan. Ook werd het doorstroom-systeem ingevoerd, waarbij er achter ingestapt werd en de reizigers langs de zittende conducteur wandelden. In de Rotterdamse Schindler-trams uit 1956-57 werden de passagiers door middel van dit bordje gemaand door te lopen. In deze Zwitserse lichtgewichttrams was men afgestapt van de klassieke geëmailleerde bordjes. De opschriften waren door middel van zeefdruk op aluminiumplaatjes aangebracht.
Kunststof

Vanaf juni 1957 kwamen in Amsterdam nieuwe enkelgelede trams in dienst: elegant vormgegeven en standaard voorzien van railremmen. De bordjes met de raadselachtige tekst dubbele remmen konden bij passagiers vragen oproepen. Naast de handrem en de elektrische generatorrem waren als noodremsysteem magnetische railremblokken aangebracht. Bij een noodremming worden die elektrisch bekrachtigd, waardoor ze magnetisch vastkleven aan de rails. Een tram kan op die manier abrupt tot stilstand gebracht worden. Industrieel ontwerper Friso Kramer adviseerde over de vormgeving van deze trams. In lijn met de grafische ontwerpprincipes van die tijd werden hoofdletters weggelaten en werd consequent het destijds moderne lettertype Gill Sans gebruikt.
Aan alles komt een eind

Bordjes met opschriften in trams komen nauwelijks meer voor. De tekstplaatjes zijn vervangen door stickers. Ze zijn sneller aan te brengen en goedkoper te maken. Aan de buitenzijde van trams werden ze al langer gebruikt, vanaf het moment dat de plakplaat het handgeschilderde embleem verving. Ook de fraaie geëmailleerde reclameborden maakten plaats voor goedkope zelfklevers. Verzamelwaardig zijn die plakplaten niet, want ze vallen nauwelijks onbeschadigd te verwijderen. De foto toont een detail van de Rotterdamse gelede tram 1616 met een geplakt logo en een sticker die de drukknop voor het openen van de deuren aanduidt.
Ondanks dat de nostalgie verdwenen is, is het er wel kleurrijker op geworden. Daarom blijft het leuk om opmerkzaam naar opschriften in en op trams te kijken!
Marco Moerland
Meer informatieDe afgebeelde opschriften komen uit de verzameling van Marco Moerland. Kijk op zijn website TRAMSPUL voor meer verhalen en afbeeldingen van opschriften in trams, richtingfilms en tekstborden.
Meer in NVBS CentraalIn een van de vitrines in NVBS Centraal in Amersfoort worden momenteel bordjes uit de verzameling van Marco Moerland tentoongesteld.
|



