Een stad die op railgebied veel te bieden heeft
Railtip Turijn
Henk de Bruijne bracht in april 2025 een bezoek aan Turijn en doet hiervan verslag.
Wie denkt aan Turijn, denkt aan Fiat en Juventus, misschien aan Il Grande Torino, de Mole Antonelliana en de Superga. Of wellicht aan het feit dat het de eerste hoofdstad van het moderne Italië was (1861-1864) en een historisch centrum herbergt met bijzondere musea (onder meer de grootste collectie oud-Egyptische oudheden buiten Egypte). En natuurlijk kun je er, zoals overal in Italië, heerlijk eten!

Het Piazza San Carlo in Turijn.

De Galleria San Federico (links) en het Piazza Castello (rechts).
De massa heeft de aantrekkelijkheid van de stad nog niet ontdekt; het is pas de tiende-meest-bezochte-stad van Italië, met circa een kwart miljoen bezoekers per jaar. Dat biedt voordelen: prijsniveaus en drukte zijn acceptabel. Kortom, de hoogste tijd om de hoofdstad van de regio Piemonte (letterlijk vertaald “voet van/aan de berg”) te bezoeken, te meer omdat deze stad op railgebied veel interessants te bieden heeft: een metro, een mooi tramnetwerk en een tandradlijn!
Turijn en Fiat
Toch komen we er niet onderuit om te starten met de historische verbondenheid tussen FIAT (Fabbrica Italiana Automobili Torino) en Turijn, die al zo’n 130 jaar duurt. Concreet wordt dat geïllustreerd door het enorme Mirafiori-fabriekscomplex aan de zuidwestkant van de stad.

Het Stellantis Battery Technology Center.
Tegenwoordig zwaait Stellantis de scepter, maar nog steeds rollen er Fiat 500-en van de band, tegenwoordig elektrisch aangedreven. Vroeger was het de geboorteplek van de oorspronkelijke 500, naast andere iconische modellen (127, Panda, Uno), maar ook diverse Lancia- en Alfa Romeo-modellen gingen met duizenden door de poorten. Tegenwoordig worden in dit enorme complex van meer dan 200 hectare naast de elektrische 500 nog slechts een aantal Maserati-modellen geproduceerd.
Dat Turijn kan worden beschouwd als de “autostad” van Italië, vindt zijn weerslag in het prachtige Museo Nazionale dell’Automobile. In het moderne gebouw aan de Po-oever is een prachtige verzameling oude automobielen te aanschouwen. Natuurlijk, Fiats spelen de boventoon, maar ook tientallen historische auto’s van andere merken uit Europa en de USA zijn er te bewonderen.

Historische auto’s in het National Automobiel Museum. Links een Panhard-Levassor uit 1894.

Een Packard Super-Eight 1501 uit 1937.

Een Lancia Flaminia Quirinale uit 1961.
De metro

Metrolijn-kaart van Turijn. Bron: Wikipedia.
Auto’s, auto’s… de lezer denkt nu misschien dat dit artikel in de verkeerde nieuwsbrief terecht is gekomen, maar weest gerust – we stappen nu over op een beschrijving van het railvervoer. Turijn beschikt over een uitgebreid OV-systeem bestaande uit bussen, trams waaronder een heel bijzondere tandradbaan en een metrolijn.
De metrolijn is volledig automatisch, dus zonder bestuurder met totaal afgeschermde perrons, vergelijkbaar met de VAL-metro-systemen zoals in de Franse plaatsen Lille en Rennes.

De metro van Turijn.
De lijn is ruim 15 kilometer lang, loopt van het westen van de stad via het centrum naar het zuiden en verbindt 23 stations. De twee grote treinstations van Turijn, Porta Nuova en Porta Susa, liggen beide aan deze metrolijn.

Het treinstation Porte Nuova.
Een van de metrostations, twee haltes van het zuidelijke eindpunt Benghasi, is Lingotto, op loopafstand van het voornoemde automuseum. In deze wijk bevindt zich een oude Fiat-fabriek (inderdaad: Lingotto genaamd) waar al lang geen auto meer van de band rolt. Het complex is volledig geherstructureerd onder leiding van de wereldberoemde architect Renzo Piano, tot een “multi-purpose-building”. Het biedt nu plaats aan onder meer een congrescentrum, een concerthal en een winkelcentrum. Op het dak is met Google Maps nog steeds de langwerpige, ovale testbaan voor auto’s te zien, inmiddels omgetoverd tot een hangende tuin.

La Pista 500 – De immense daktuin van Fiat omvat 28 planteneilanden die ruim 7000 m2 beslaan. Bron: Google Maps.
Enfin, terug naar de metrolijn: mijn indruk is dat de metrolijn populair is, zeker dankzij het traject, de punctualiteit en de “look-and-feel” van de rijtuigen. Op de dag, dus buiten de spits, heb ik het gehele traject bereisd en was het al behoorlijk druk. Het reizigersaantal voor het gehele jaar 2025 zal op rond 40 miljoen uitkomen, iets lager dan het pre-corona-recordaantal van 43 miljoen in 2019. Uitbreiding van de lijn naar het westen met vier haltes is thans in de eindfase: volgens planning wordt in de zomer van 2026 de opening van dit deel van het traject verwacht.
Daarnaast zijn er vergaande plannen voor een tweede lijn, met een traject dat grofweg van het zuidwesten van Turijn, langs de Mirafiori-fabrieken, naar het noordoosten loopt. Bij het treinstation Porta Nuova zouden lijn 1 en lijn 2 elkaar dan kruisen. Volgens de initiële planning zou het noordelijke deel al in 2029 operationeel zijn. We wachten af. Tevens is al gesproken over een derde lijn, die het vliegveld ten noorden van Turijn zou verbinden met het centrum van de stad.
De tram

Het tramnet van Turijn. Bron: moovitapp.com.
Mocht metrolijn 2 worden geopend, dan zal dat ongetwijfeld impact hebben op het bestaande tramnetwerk van Turijn (vergelijk deze ontwikkeling met bijvoorbeeld Rotterdam en Amsterdam). Voor de bewoner/forens is een metro natuurlijk sneller en efficiënter, voor de toerist is de tram veel aangenamer, omdat je al reizende de stad kunt zien. Dat is zeker het geval in Turijn: met acht lijnen is het netwerk fijnmazig en worden alle delen van de stad aangedaan. De lijnen zijn alle circa 10 km in lengte, op lijn 4 na die met bijna 18 km de zuidelijke en noordelijke buitenwijken van de metropool met elkaar verbindt. De cirkellijn 16 heet “met de klok mee” 16CD (circolare destra – ringlijn rechts) en “tegen de klok in” 16CS (circolare sinistra – ringlijn links). Lijn 9 heeft in het noordwesten een afsplitsing naar het stadion van Juventus, vanzelfsprekend alleen in gebruik op wedstrijddagen. Omdat de straten in het centrum smal zijn, zijn sommige tramlijnen over twee parallelle straten gesplitst.
Naast het reguliere netwerk rijdt er in het weekeinde een toeristentram (lijn 7) met historische trams uit de vorige eeuw. Het is min of meer een verkleinde cirkellijn (lijn 16), die de hoogtepunten van het centrum met elkaar verbindt. Helaas bleek in het weekeinde dat ik er was dat de zaterdagdienstregeling was geschrapt. Omdat wij zondagochtend vroeg huiswaarts gingen naar Nederland heb ik een rit op lijn 7 nog tegoed: een mooie reden om Turijn nog eens te bezoeken.
Het materieel dat wordt gebruikt is bepaald gevarieerd: er zijn nog vijf series in gebruik, chronologisch op bouwjaar zijn dat:
- 13 trams uit de serie 2800-2857 (1958-1960)
- 22 trams uit de serie 2858-2902 (1982)
- 52 trams uit de serie 5000-5053 (1989-1992)
- 55 trams uit de serie 6000-6054 (2001-2003)
- 36 trams uit de serie 8001-8070 (vanaf 2022)
De serie 2800 zijn gelede trams ontstaan als een herbouwtram uit twee vooroorlogse series. De exemplaren zijn grotendeels oranje gekleurd, hoewel ik er één heb weten te fotograferen in groen/lichtgroen. Deze kleur doet enigszins denken aan de oude trams uit Rome; overigens zijn beide door Stanga geproduceerd.

Tram 2838 op het eindpunt van lijn 15.

Tram 2848 als lijn 15 in het centrum van Turijn.

Tram 2874 als lijn 3 op de Via delle Primule.
De serie 5000 was de eerste gedeeltelijke lagevloertram in Turijn. De gelede tram bestaat uit drie delen, waar het middendeel opvallend klein is. De basiskleur is grijs met donkerblauwe en gele accenten. De trams gingen dienstdoen ten tijde van het FIFA-wereldkampioenschap voetbal 1990.

Trams 5007 en 5018 op het eindpunt van lijn 15.

Tram 5019 als lijn 16 bij metrostation Bernini.

Tram 5038 als lijn3 bij Corso Toscane.
Vlak na de eeuwwisseling werd een grote stap gezet met fors langere trams. De zevendelige volledige lagevloertrams van serie 6000 kunnen 200 passagiers herbergen en hebben een maximumsnelheid van 70 km/uur. Het zijn de eerste modellen die niet meer 100% “made in Italy” zijn, doch zijn gefabriceerd door het Franse Alstom. Wat is gebleven is de kleurstelling van grijs met donkerblauwe en gele accenten. De eerste zes exemplaren waren nog eenrichtingstrams, de volgende 49 zijn tweerichtingstrams. De 6000-serie doet onder meer dienst op de langste lijn 4, waarbij de eindpunten geen keerlus hebben en derhalve alleen tweerichtingstrams worden gebruikt.

Tram 6012 op lijn 4 in het centrum van Turijn.

Tram 6032 als lijn 4 op de Piazza San Giovanni.

Tram 6043 als lijn 4 op de Corso Unione Sovietica.

Tram 6043 als lijn 4 op het eindpunt Falchera.
De eerste trams van de serie 8001 sieren het straatbeeld pas ruim twee jaar: de eerste trams gingen dienstdoen in september 2023. Het eerste wat opvalt is de kleurstelling: het grijs van de voorgaande series is verdwenen en de (wat mij betreft) prachtige combinatie van donkerblauw met geel is bijzonder origineel. In plaats van zevendelig is deze tram vijfdelig. De bijna 30 meter lange trams hebben een reizigerscapaciteit van bijna 220 passagiers. Het aantal zitplaatsen is met 36 relatief gering: comfort is opgeofferd voor capaciteit lijkt het. De trams worden in Italië gebouwd maar onder Japanse vlag. Hitachi heeft het tram-deel van Ansaldo Breda in 2015 overgenomen; de reden waarom Ansaldo Breda in het vorige decennium bedrijfsonderdelen van de hand moest doen laat zich raden… Er zijn thans 70 exemplaren in bestelling. Zodra deze operationeel zijn, zullen de series 2800 en 2858 uit het straatbeeld verdwijnen.

Tram 8024 als lijn 9 bij Giardino Roccioso.

Tram 8026 als lijn 10 bij het eindpunt Settembrini.

Tram 8028 als lijn 9 bij het metrostation Bernini.
Tandradlijn Sassi-Superga

Tandradlijn Sassi–Superga. Bron: Wikipedia.
Wie met tram 15 naar het eindpunt Coriolano rijdt, kruist niet alleen de rivier Po, maar arriveert ook bij het startpunt van wellicht het mooiste stukje rail in Turijn: de Sassi-Superga tandradbaan. (Vrijwel het gehele metro- en tramnetwerk bevindt zich op de westoever van de Po, op een klein stukje van lijn 13 en 15 na.)
De lijn is slechts 3,1 km lang maar voert de reiziger naar de top van de berg Superga op 672 meter NAP. Omdat de start op 225 meter begint, wordt een hoogteverschil van 447 meter overwonnen. De spoorwijdte is identiek aan die van het tramnetwerk: 1445 mm (Italiaans breedspoor) dus 10 mm breder dan “normaalspoor”. Al in 1884 reed de eerste tram bergopwaarts, hetgeen betekent dat vorig jaar een 140-jarig jubileum kon worden gevierd.

Rijtuig D.3 van de Tandradlijn Sassi–Superga in het benedenstation Sassi.
Afgezien dat een rit met de tandradbaan op zichzelf al reden genoeg is om deze attractie te bezoeken, zijn er aanvullende redenen: het museum bij het startpunt, de basiliek op de top van de Superga en de herdenkingsplek van het tragische vliegtuigongeluk waarbij het hele elftal van het “Grande Torino” verongelukte, en niet in de laatste plaats het uitzicht op Turijn vanaf de Superga.

Het museum van de tandradlijn Sassi–Superga.

Het interieur van een rijtuig van de tandradlijn Sassi–Superga.

De bedieningspost van een rijtuig van de tandradbaan Sassi–Superga.
Het museum is weliswaar klein maar bijzonder sympathiek met talloze historische foto’s, memorabilia, allerhande attributen uit het verleden. Perfect om de wachttijd voor het vertrek van lijn 79 (het reguliere lijnnummer van de tandradbaan) te overbruggen.

Uitzicht over Turijn vanaf het passeerpunt vanuit de bedieningspost.

Het station Pian Gambino.

Station Superga.
De enorme basiliek op de top van de Superga is een bezoek meer dan waard. Afgezien van het feit dat het de laatste rustplaats is van de vorsten van het huis van Savoia, is de ontstaansgeschiedenis van de Basiliek interessant, vooral voor de historici onder ons. Bij het Beleg van Turijn in 1706 als onderdeel van de Spaanse Successie Oorlog stond het leger van Savoia tegenover een enorme numerieke overmacht van Franse troepen. Vanaf de top van de Superga keek de hertog van Savoia Vittorio Amedeo bezorgd toe en beloofde bij een overwinning van zijn troepen een basiliek te bouwen. Om een lang verhaal kort te houden: belofte maakt schuld…

De Basiliek op de top van de Superga.
Aan de achterkant van de basiliek is een indrukwekkend herdenkingsmonument voor de tragedie met het elftal van Juventus. Ondanks dat deze gebeurtenis al meer dan 75 jaar geleden plaatsvond, is de plek zeer druk bezocht. Wellicht speelt een rol dat Juventus de populairste voetbalclub van Italië is, maar niet in Turijn zelf. In de jaren veertig won “Il Grande Torino” vijfmaal de Serie A (de Italiaanse hoogste voetbaldivisie). Aan die zegenreeks kwam een abrupt einde toen in een noodlottig vliegtuigongeluk op 4 mei 1949 het hele elftal de dood vond op de Superga.

De herdenkingsplek “Il Grande Torino”.
Uitzicht en de Mole
Ben je gearriveerd op de top en is het helder weer, dan is het mogelijk om vanuit diverse uitkijkpunten Turijn aan de Po te zien liggen. Omdat de blik op het westen is gericht, zijn aan de horizon de besneeuwde toppen van de Alpen te zien.

Het uitzicht vanaf de Superga.

Uitzicht op Turijn met Il Mole.
Eén gebouw in het panorama springt eruit en dat is de Mole Antonelliana, bijna 170 meter hoog, geïnaugureerd in 1889. Dit gebouw was aanvankelijk als synagoge bedoeld, maar herbergt thans het nationale filmmuseum.

Il Mole (links) en het uitzicht op de Superga vanuit de top van Il Mole (rechts).

Het Nationaal filmmuseum in Il Mole.
Het valt buiten het bestek om de toeristische hoogtepunten van Turijn te bespreken, maar de naam van het gebouw is relevant omdat het tevens de naamgever is van de Turijnse voetbalderby tussen Juventus en Torino, ofwel de “Derby della Mole”. Deze derby is al meer dan 250 keer gespeeld (inclusief vriendschappelijke wedstrijden).
Conclusie
Turijn was de eerste hoofdstad (1861-1864) van het moderne Italië en heeft alleen al daarom een belangrijke historische betekenis. Historische gebouwen (ook uit de Romeinse tijd) en architectuur, de musea, de Italiaanse keuken nodigen uit voor een ontdekkingsreis. Dat kan te voet maar leuker is natuurlijk per tram, in het centrum, in de buitenwijken of de berg op!
Foto’s: Henk de Bruijne, tenzij anders vermeld
Interessante websitesInformatie over Turijn en omgeving De bibliotheek van de NVBS heeft enige boeken over Turijn (te leen voor leden en ter inzage voor niet-leden), terwijl de beeldbank van de NVBS beschikt over enkele tientallen foto’s van de tram in Turijn (voor leden na inloggen met hoge resolutie en voor niet-leden met lage resolutie). |

