Bewegende beelden blijven boeien

door Oege Kleijne

Eind februari zijn de eerste vijftien historische films over Nederlandse treinen en trams hier op de website van de NVBS verschenen. Stuk voor stuk bijzondere opnamen uit lang vervlogen tijden. Ton Pruissen is degene die deze vaak losse stukjes film tot logische verhalen samenbundelt, er muziek en geluid onderzet en ze tot kostbare kleinoden verheft. Wie is deze man, die in Duitstalige landen meer bekendheid geniet dan in ons land en ruim vijftig films over spoor- en tramwegen op zijn naam heeft staan?

Ton Pruissen vertrekt in juli 1967 op zijn brommer uit Hilversum naar de DDR. Rechts zijn ouders die zich vertwijfeld afvragen of ze hun zoon nog zullen terugzien.

Het was in de eerste helft van de jaren vijftig dat de jonge Ton Pruissen zich naar het station Hilversum begaf of zich langs een overweg posteerde in de hoop een glimp op te vangen van stoomlocomotieven. Want die reden er toen nog door Hilversum. Na het verdwijnen van de stoomtractie in Nederland liet de fascinatie voor de stoomlocomotief hem niet meer los. In 1960 namen zijn ouders hem mee op vakantie naar een klein plaatsje bij het Belgische Dinant en hij ontdekte… stoomlocomotieven! Op een dag pakte hij de fiets en reed naar Namen en keek op het station vol bewondering naar de daar nog alom aanwezige Belgische stoomlocomotieven. Hij herinnert zich het nog als de dag van gisteren: ‘Ik zag twee 29-ers van de Belgische spoorwegen naast elkaar staan, elk met een trein. Een imposant gezicht! En dan gaan ook de veiligheden tegelijkertijd af. Heel indrukwekkend. Die machines waren prachtig uitgemonsterd, elk op eigen wijze. Vermoedelijk waren het locomotieven à titre personnel ofwel: elke machine had een eigen bemanning. Dat kon je echt zien. Ze stonden er gewoon te glimmen. Dat zijn herinneringen die je nooit meer loslaten.’

Stoomtreinen

De liefde voor stoomtreinen ging nooit meer voorbij en kreeg een extra dimensie tijdens de daaropvolgende vakantie in het Duitse Lorch aan de Rijn. ‘Mijn ouders hadden een onderkomen gehuurd pal naast de spoorlijn. De ene stoomtrein was nog niet voorbij of je kon de volgende – je kon daar ver kijken langs de Rijn – al weer zien aankomen. Prachtig!’
Waren het vooral de grote stoomlocomotieven waarvan Ton Pruissen onder de indruk raakte, al snel ontdekte hij ook te worden aangetrokken door minder spectaculaire vormen van stoomtractie: interlokale trams, zoals die van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij tijdens een stoomexcursie van de NVBS in 1961. Als herinnering bezit hij nog steeds een stukje poetskatoen van RTM-stoomlocomotief 56.

Ton Pruissen met zijn 16 mm filmcamera in 2009. Foto: Anke Pruissen.

Filmcamera huren

Dankzij zijn vader kreeg Ton belangstelling voor het maken van films. Zijn vader deed dat regelmatig. Tijdens een andere NVBS-excursie, nu naar het trammuseum in het Belgische Schepdaal, huurde Ton voor het eerst een filmcamera en maakte hij zijn eerste opnamen. Hij kreeg de smaak van het filmen te pakken, maar een eigen camera zat er voorlopig niet in. ‘Filmen was duur. Een goede filmcamera was onbetaalbaar. Zo’n aanschaf stond toen gelijk aan een heel maandsalaris’, weet Ton nog.
Nederland was voor Ton, die zijn liefde aan de stoomtractie had verpand, niet echt meer interessant. Begin 1958 reed de laatste loc het Spoorwegmuseum in Utrecht in. Maar in Duitsland stoomde het nog volop, hoewel ook daar deze tractievorm langzaam maar zeker werd vervangen door de veel economischere diesel- of elektrische machines. Zijn belangstelling voor de spoorwegen bij de oosterburen kreeg een enorme impuls door het bekijken van de vele publicaties over spoor- en tramwegen in dat land. Vooral door de boeken van de Duitse fotograaf en schrijver Karl-Ernst Maedel die voortreffelijk de sfeer van “de kleine lijntjes met stoomtreinen” tot leven wist te brengen, raakte hij geïnspireerd. ‘De sfeer, details, de prachtige foto’s… Daar móést ik naartoe.’ Ton wilde dat met eigen ogen waarnemen en… filmen.

Ton poseert hier voor een smalspoorstoomlocomotief in het depot te Anklam in juli 1967 in Noordoost-Duitsland (DDR). In die jaren stoomden nog vele smalspoortreinen door dit deel van Duitsland.

Edele filmkunst

Intussen had hij niet stilgezeten. Hij was niet alleen geobsedeerd door het fenomeen stoomlocomotief, maar door wat hij “de edele filmkunst” noemt. Hij begon te lezen en verdiepte zich ook in de techniek achter het filmen, ook in het opnemen van geluid, een combinatie die alleen voor professionals in de jaren zestig en zeventig binnen het bereik lag.
Het duurde niet lang voordat Ton – geïnspireerd door de Maedel-foto’s – het plan maakte naar de Deutsche Demokratische Republik af te reizen, omdat daar veel smalspoorlijnen met stoomtractie te zien waren. Ton had nog geen rijbewijs en daarom ging hij per brommer op weg, een waar avontuur in die jaren. Zijn eerste reis in de zomer van 1967 bracht hem in onder meer naar Noordoost-Duitsland, waar hij gewapend met een gehuurde filmcamera, zijn eerste beelden schoot van de smalspoorstoomtreinen die daar tegenwoordig als “Molli” door het leven gaan (spoorlijn Bad Doberan – Ostseebad Kühlungsborn West). Er werd hem geen strobreed in de weg gelegd. Hij vergaapte zich aan de treinen die door de straten van Bad Doberan reden en moest vaststellen dat het spoorwegbedrijf zich grotendeels nog in originele staat bevond.

Tijd stilzetten

‘Ik filmde. Dat deed toen niemand. In mijn beleving kan ik alleen op deze manier de tijd even stilzetten en het verleden bewaren’, verklaart Ton terwijl hij enthousiast vertelt over zijn eerste reizen in de DDR.
Die reizen brachten hem ook naar het eiland Rügen, waar hij de smalspoortreinen filmde op lijnen waarop de reizigersdienst al het daaropvolgende jaar gestaakt zou worden. ‘Die sfeer die je daar toen aantrof, fantastisch! De foto’s van Maedel hadden niets te veel laten zien. Onweerstaanbaar’, weet Ton nog als de dag van gisteren. ‘Ik kijk er nog wel eens naar, echt bijzonder.’

Bepakt en bezakt reed Ton Pruissen met zijn brommer van de ene naar de andere spoorlijn. Inzet: het visum dat nodig was om in de DDR te mogen komen. De foto is bij Apolda (niet ver van Erfurt) in juli 1967 opgenomen. Inzet: het visum in zijn paspoort dat nodig was om in de DDR te mogen komen.

Staatsgevaarlijk

Maar het fotograferen en filmen was in dit communistische land niet zonder risico. Hoewel volgens Ton er geen wet bestond die het fotograferen vanaf openbare plaatsen verbood, werden spoorse objecten niet zelden gezien als “strategisch” en interpreteerden spoormensen en transportpolitie het maken van foto’s als staatsgevaarlijk oftewel een daad van vijandigheid. Wie met een kwaadwillende of al te fanatieke dienstklopper van doen kreeg, werd opgepakt en aan een verhoor onderworpen. In 1967 werd hem tijdens zijn brommerritten geen strobreed in de weggelegd, maar enkele jaren daarna kwam hij veelvuldig in aanraking met de autoriteiten die weinig ophadden met dergelijke “staatgevaarlijke activiteiten” en die eisten dat hij het filmmateriaal moest inleveren. Ton leerde echter snel, want wanneer hij werd opgepakt, moest hij altijd eerst naar het toilet, verwisselde daar heimelijk de film en leverde vervolgens de lege film, de neprol, in. Het kostbare filmmaterieel werd op die wijze vele malen gered.

Stasi

Begin jaren zeventig – hij was toen met de auto onderweg – kwam hij in aanraking met de Staatssicherheitsdienst, de beruchte Stasi, de veiligheidsdienst van de DDR. Het nachtelijke, intensieve verhoor, de inbeslagname van al het filmmateriaal, de visitatie (‘bepaald geen pretje’), deden hem besluiten de DDR de rug toe te keren. In Op de Rails van 1993 (bladzijden 317 – 319, alleen voor NVBS-leden op de website te raadplegen) doet hij uitgebreid verslag van zijn ervaringen met deze staatsveiligheidsdienst. Na de eenwording van de Duitse staten kreeg hij zelfs een kopie van zijn 180 pagina’s dikke dossier in handen. De aanleiding voor die aanhouding? Hij had een smalspoortrein gefotografeerd die op zijn route ook langs een militair terrein had gereden. Hij was ook verdacht, omdat hij mogelijk zijn hobby misbruikte om informatie te vergaren en die aan vijandige mogendheden door zou geven. Een spion dus. Zo werd hij ook behandeld en verhoord. Eerst intimiterend op barse toon, later in de nacht werden de ondervragingen vriendelijk, spraken de Stasi-medewerkers hem zelfs op vaderlijke toon toe. De volgende dag moesten de Oost-Duitse autoriteiten vaststellen – zelfs de minister was op de hoogte gesteld van de “belangrijke vangst” – dat ze met lege handen achterbleven.

Beeld en geluid

‘De films en foto’s werden ontwikkeld en die konden we later in Berlijn komen ophalen. Daarna had ik het wel een beetje gehad met die DDR’, vertelt Ton met een nog immer verbitterde ondertoon. Hij verruimde zijn aandachtsveld naar “stoom” in andere landen. In Polen, Tsjecho-Slowakije, Hongarije en Roemenië; de filmcamera altijd bij zich als trouwe metgezel. En ook in deze landen legde hij de laatste stoom vast. Na verloop van tijd vond hij het maken van films alleen niet genoeg. Na zich verdiept te hebben in de montage van beeld en geluid, nam hij ook steeds vaker de bandrecorder mee. ‘Die was door de technische ontwikkelingen lichter geworden, zodat die ook mee kon’, licht Ton desgevraagd toe.
Maar ook in die landen trof hem hetzelfde lot als in de DDR. Met de regelmaat van de klok werd hij in de kraag gevat, maar wist er zich elke keer weer zonder kleerscheuren uit te redden.
Met het verdwijnen van de stoomtrein zocht Ton elders zijn hobbyobjecten: onder meer in Turkije, Indonesië, India en Zimbabwe.

Een greep uit de vijftig films die Ton Pruissen maakte en via een uitgever op de markt bracht. Niet alleen veel Duitse stoom, maar ook portretten van de Franse spoorwegen en films over onder meer Turkije en Polen. Foto: Oege Kleijne.

Niemand filmde

In de jaren tachtig ontwikkelde hij de kunst om beeld en geluid precies synchroom te laten lopen. Ook het monteren van de films kreeg hij dankzij de komst van de diverse technische hulpmiddelen goed onder de knie. In die jaren ontstond ook het inzicht dat wat hij in de jaren zestig en zeventig – vaak in kleur – had vastgelegd ronduit uniek was. ‘Iedereen had zich gek gefotografeerd, maar niemand of bijna niemand had filmbeelden van bijvoorbeeld het smalspoor in Oost-Duitsland in de jaren zestig. Zijn eerste films – Dampf zu Ulbrichts Zeiten (verwijzend naar het toenmalige DDR-staatshoofd Walter Ulbricht) bleken een doorslaand succes. Ton kreeg de smaak te pakken en bracht meer films uit. Vooral in Duitstalige landen was hij een bekende spoorcineast. Begin jaren negentig besloot hij zijn baan op te zeggen om zich volledig te kunnen toeleggen op het maken van films die bij uitgeverij GeraMond verschenen. Eerst nog op videocassettes, later op dvd. Al snel bleek dat hij geen verkeerde keuze had gemaakt. ‘Echt rijk word je er niet van, maar ik kon er uitstekend van leven’, vertelt hij glimlachend. In totaal bracht hij meer dan vijftig films uit.

Betacam-systeem

In die jaren negentig verschoof zijn hobby van het maken van opnames naar het samenstellen van films. ‘Er was – behalve in musea of op museumspoorlijnen – nauwelijks nog wat (stoom – red.) te zien, dus had dat voor mij geen zin meer’, legt Ton uit. Met de komst van de personal computer en de vele programma’s om beeld en geluid te bewerken, had Ton een nieuwe hobbyuitdaging te pakken. Hij investeerde in professionele programma’s, schafte krachtige Apple-computers aan en maakte zich de kunst van het digitaal bewerken van beeld en geluid eigen. Ton: ‘Eerst werkte ik met het Betacam-systeem, professionele apparatuur waar ook de omroepen gebruik van maakten. Films werden overgezet op Betacam-banden die vervolgens werden gedigitaliseerd. Sinds enkele jaren worden films direct bij het overzetten gedigitaliseerd en is de analoge tussenstap niet meer nodig.’ Hij maakte aanvankelijk filmmontages die zo dicht mogelijk bij het verwachte eindresultaat moesten komen. ‘Dat noemden we een offline montage. De werkelijke montage – dat doe ik nu hier op de computer – werd door een professioneel bedrijf gedaan. In 2002 ben ik overgegaan op het geheel digitaal monteren, zonder tussenkomst van banden en dergelijke. Ondanks dat ik professionele software gebruik, vereist montage, zeker ook met geluid, de nodige kennis en ervaring. Je moet soms trucs uithalen om beeld en geluid op elkaar af te stemmen’, licht hij toe.
In zijn monumentale huis in Delft toont hij eerst zijn geluidsstudio, een kamer vol apparatuur met een Mac waarin hij het geluid voor films beheert en bewerkt om later onder een film te worden gezet. In die computer bevindt zich ook een database met alle mogelijk denkbare geluidsopnames van trams en treinen, maar ook van vogels, krekels, voetstappen en sfeergeluiden. In de andere werkkamer staat een speciale Mac voor het bewerken van beeld en voor de eindmontage: beeld en geluid.

Bijna vijftig jaar later toont Ton in zijn studio hoe hij films monteert, corrigeert en retoucheert. Foto: Oege Kleijne.

Losse opnamen

Hoewel hij nog steeds als zzp’er te boek staat, er ook nog steeds dvd’s worden verkocht, richt zijn aandacht zich momenteel vooral op het samenstellen van films voor de NVBS. ‘Vaak hebben mensen geen idee dat de films vaak bestaan uit alleen maar losse opnamen. Door ze logisch te ordenen, te monteren, teksten ervoor te schrijven – dat doe ik zelf – en ze van commentaar te voorzien krijg je een film in plaats van een serie losse beelden’, verklaart Ton. Ook restaureert hij de filmbeelden, verlost ze van krassen en andere beschadigingen en corrigeert hij de kleuren.
Of er nog nieuwe films van Ton uitkomen, weet hij niet. ‘De verkoop van dvd’s neemt af, dus ook die van spoorweg-dvd’s en ik weet niet of dit alles de moeite en de tijd nog loont. Ik ben er eerlijk gezegd nog niet uit…’

Ook over de Nederlandse stoomperiode stelde Ton Pruissen films samen. Vaak unieke beelden uit lang vervlogen tijden. Foto: Oege Kleijne.

Tons aandacht blijft voorlopig in ieder geval gericht op het maken van films voor de NVBS-website op basis van de vele honderden films en stukjes film die zich in het NVBS-filmarchief bevinden. ‘Ik heb nog wel een stille wens… Het zou mooi zijn als ik hulp zou krijgen van iemand die net zo bedreven is in de montage en de bewerking van beeld en geluid als ik of die bereid is dit vak te leren, want er zijn nog zoveel films, vaak zulk prachtig materiaal, die moeten worden bewerkt…

Print Friendly, PDF & Email

Ton Pruissen

Foto: Oege Kleijne

De in Hilversum geboren en getogen Ton Pruissen (69) studeerde na zijn middelbare school aan de Technische Hogeschool in Delft (tegenwoordig Technische Universiteit Delft) werktuigbouwkunde. Al gedurende de opleiding ontdekte hij dat dit niet de richting was die verder zijn leven zou gaan bepalen. Hij brak de studie voortijdig af en solliciteerde bij de Gemeente Delft, waar hij diverse functies vervulde. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig was hij werkzaam als systeembeheerder. ‘Een afschuwelijke baan, waarin je de hele dag klagende mensen aan de telefoon kreeg en waarin ik het helemaal niet naar mijn zin had.’
Door het uitbrengen van de films “Dampf zu Ulbrichts Zeiten”, waarin het eerste deel het noorden van de DDR in beeld brengt en deel twee het zuiden van Oost-Duitsland filmisch beschrijft, kwam hij op het idee voor zichzelf te beginnen en zoveel mogelijk filmmateriaal om te werken tot complete filmische, historische documenten. ‘Die eerste twee films waren ingeslagen als een bom, dus nam ik de gok.’ Die keuze bleek bepaald geen verkeerde. Hij kreeg weer lol in zijn dagelijkse bezigheden en verdiende er naar eigen zeggen een goed belegde boterham mee. Inmiddels heeft hij meer dan vijftig dvd’s uitgebracht, waarvan sommige dankzij de moderne computertechnieken opnieuw konden worden gelanceerd in sterk verbeterde uitvoering en die nog altijd te koop zijn (onder meer in de NVBS-winkel).
Al in 1976 – dus inmiddels bijna veertig jaar geleden – kwam hij in contact met het hoofdbestuur van de NVBS en kreeg hij de taak de films te gaan beheren. Dat doet hij tot op de dag van vandaag. De films zullen uiteindelijk – op langere termijn – een plaats krijgen op de website van de NVBS. Vooral zijn kennis van het monteren van beeld en geluid wordt in dank aanvaard. Ton hoopt dit jaar opnieuw ongeveer vijftien films te kunnen toevoegen aan de filmbeeldbank. Daarbij krijgt hij hulp van Nico Spilt, René Jongerius, Ernst van Gulden en Nico Booij om de beelden uiteindelijk goed in het NVBS archief te zette en te plaatsen op de website.


Een indruk van de films die Ton Pruissen heeft gemaakt zijn op internet te vinden, onder meer op de website Camden. Deze trailers geven een korte indruk van wat de koper van de dvd’s mag verwachten.