Portret Evert van Laar

Portret Evert van Laar 2017-11-16T15:05:27+00:00

Evert van Laar – pietje-precies met liefde voor railvervoer en geschiedenis:

“Dienstuitvoeringen en dienstregelingen zijn het allerleukst”

Vier jaar nog maar en nota bene tijdens de oorlog werd zijn liefde voor de Gemeente Electrische Tram Arnhem (GETA) verraden door een buurvrouw: ‘Weet je wel dat Eefje op het hoekje van de Velperweg naar trams kijkt’, vertelde zij de moeder van Evert van Laar. Die tram was van de GETA. Iets verderop, bij station Velp, ontmoette de GETA de GTM, de Gelderse Tramweg-Maatschappij. Een elektrische tram op 1067 millimeter, een stoom- en motortram op 750 mm en de trein op 1435 millimeter. Afwisseling troef. Die “besmetting” is bij Evert van Laar nooit meer overgegaan.

door Brian Veltman

Evert van Laar zit uiterst ontspannen op de bank in zijn Haagse appartement en vertelt met plezier over zijn levensloop en hobby’s. Die kunnen bondig worden samengevat met spoorwegen en geschiedenis. Evert (79) werd in de Arnhemse wijk Paasberg geboren, dicht bij het militair tehuis Bronbeek.

Evert van Laar, assistent-beheerder van het NVBS verenigingsarchief, assistent-beheerder documentatie spoorwegen Nederland, Nederlands-Indië en Suriname bij NVBS-Railverzamelingen en adviseur bij de Stichting Spoor- en Tramwegverzamelingen. Foto: Oege Kleijne.

Stiekem het stadsnet verkennen

Trams kijken is leuk, moet hij gedacht hebben, ermee rijden is leuker. En op 6-jarige leeftijd kocht hij daarom een dagkaart voor de GETA om stiekem het stadsnet te verkennen. Helaas, dat was niet inclusief de tram naar Oosterbeek. Ook werd hij gespot door een kennis van zijn vader, maar dit had geen gevolgen voor de verkenningslust van de jonge Evert. Integendeel, samen met een oudere zus mocht hij het hele stadsnet verkennen. Het mooiste was de rit met lijn 3 richting vliegveld Deelen. Deze lijn was in opdracht van de bezetter verlengd en stond niet in de dienstregeling. Toch mochten burgers er gebruik van maken. Helaas was hiervoor een speciaal kaartje vereist. Dit wist Eefje wel, maar zijn zus niet. Die barstte prompt in huilen uit toen de twee kinderen door de bestuurder uit de tram werden gezet. Dit betekende teruglopen, maar deze vriendelijke wagenvoerder stopte op de terugweg en liet hen zonder kaartje toch meerijden naar de halte Cattepoelseweg.

Een van de eerste en mooiste ritten die Evert van Laar als kind samen met zijn zuster maakte, was naar het vliegveld Deelen. Helaas ontdekte de trambestuurder de jonge kinderen en stond hij niet toe dat ze tot het eindpunt meereden. Op de foto motorrijtuig 46 en aanhangrijtuig 53 aan het eindpunt van de Arnhemse tramlijn 3 bij het vliegveld Deelen, 31 mei 1944.
Foto: Jacobus Meulman.

Slag om Arnhem

De verdere geschiedenis van de GETA is bekend. Tijdens de Slag om Arnhem werd vrijwel alle materieel verwoest en is het trambedrijf beëindigd. Jaren later heeft Evert er mede voor gezorgd dat de herbouwde tram voor het Openlucht Museum nummer 76 kreeg.

Als jongen toonde Evert van Laar zich geïnteresseerd in het Arnhemse trambedrijf. De bestuurder van de slijpwagen had plezier in de knaap en stond het toe dat hij regelmatig mocht meerijden. De foto toont deze slijpwagen met het nummer 14 op 5 augustus 1944 voor de remise in Arnhem.
Foto: J.J. Overwater.

Toen Evert iets ouder was verbreedde zich zijn belangstelling naar treinen. En toen hij acht was kreeg hij een fiets. Hiermee werd zijn actieradius aanzienlijk vergroot. Al gauw ontdekte hij dat je aan de achterkant van station Arnhem van heel dichtbij het wisselen van locomotieven kon bekijken.

Weinig mensen wisten dat een tramwagen (de 109) van de Arnhemse tram na de Slag om Arnhem, tijdens de evacuatie van de Arnhemse bevolking, op het landgoed “Rennen Enk” werd ingegraven en daarna als commandopost dienst deed voor de Duitsers. Evert groef met een vriend op 16 november 1953 de wagen zover uit dat het nummer zichtbaar werd en hij er een foto van kon nemen.

Leesmap

Rond 1950 ontmoette Evert Jan de Waij, adjunct-chef bij de NS. Dat leverde twee zaken op. Allereerst mocht hij mee op de stoomloc uit Winterswijk om te rangeren. Daarnaast kreeg hij de leesmap van de NS te leen waarin ook Op de Rails zat. Zo ontdekte hij dat de sectie Oost bijeenkomsten bij een van de NVBS-leden thuis hield. Na enig corresponderen mocht hij in 1953 op de fiets naar een middagbijeenkomst in Doetinchem, bij Hein Nieweg die werkzaam was bij de Gelderse Tramwegen. Diens interieur leek wel een miniatuur spoorwegmuseum met uitpuilende kasten met spoorwegliteratuur. Eind dat jaar werd Evert toegelaten als junior-lid van de NVBS en werden ook bij hem thuis praatavonden gehouden.

Na het bombardement op Arnhem waarbij het overgrote deel van het trammaterieel werd verwoest, besloot het stadsbestuur over te schakelen op busvervoer. In de loop der jaren verdwenen de tramlijnen. De allerlaatste stukjes spoor, waaronder een wissel, werden in de Rodenburgstraat op 12 maart 1954 opgebroken. Foto: Evert van Laar.

Spoorboekje uit 1928

Inmiddels had Evert ook ontdekt dat hij niet de enige in de familie was met een spoorwegband. Opa Van Laar, die hij nooit heeft gekend, bleek bij de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij en later bij de Staatsspoorwegen gewerkt te hebben. Van zijn grootvader Visser (aan moeders kant) erfde hij het spoorboekje uit 1928. Een bijzondere editie want in dit jaar was het Nederlandse spoorwegnet op zijn omvangrijkst. Bovendien raakte dit spoorboekje aan de kern van zijn hobby: dienstuitvoeringen en dienstregelingen vindt hij het allerleukst. Dit wordt gestaafd met een fragment van een van de allerlaatste dienstregelingen van de GETA. ‘Zelf gevonden in een kastje bij de ingang van Burgers Dierenpark aan de Schelmseweg.’

Evert van Laar was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in dienstregelingen, ook van de busdiensten die de tram opvolgden. Hier staat de 14-jarige belangstellende bij de abri Koningsweg in Arnhem op 22 mei 1952.

Vijfde NVBS-lustrum

Vanzelfsprekend ging Evert ook naar school en dat was het gymnasium. Daar ontdekte hij drie dingen over zichzelf: hij beschikt over een enorm geheugen, is een pietje-precies en hij bezit een grote liefde voor geschiedenis. Een historisch moment in deze periode was het vijfde lustrum van de NVBS. Dat werd gevierd op zaterdag 16 juni 1956 met een excursie met stoomlocomotief 3737 en houten rijtuigen en een Hondekop. Helaas was zaterdag een gewone schooldag, dus wat te doen? Zijn vader was bereid hem ziek te melden en Evert beleefde een schitterende dag. De maandag daarop legde een slimme docent het verband tussen de ziekmelding, Everts hobby en de NVBS-jubileumexcursie, maar straf leverde dit niet op.

Foto boven. Een van de hoogtepunten voor de lokale spoorliefhebber in Arnhem was de bouw van het Arnhemse NS-station. Het oude station was tijdens de Slag om Arnhem verwoest. Op 5 september 1953 was de bouw nog in volle gang.
Foto onder: op 8 mei 1954 werd het gebouw, een kleinere kopie van Hengelo en Enschede, feestelijk geopend. Foto’s: Evert van Laar.

Lesgeven of historisch vakwerk?

In 1957 ging Evert geschiedenis studeren in Utrecht en bezocht hij de maandelijkse bijeenkomsten van de NVBS-afdeling Utrecht. Twee jaar later zat hij, zonder zich kandidaat te hebben gesteld, als penningmeester in het afdelingsbestuur. Hij bleef dat tot 1965. Uiteraard ontmoette hij in deze periode weer een heleboel nieuwe NVBS’ers, onder wie de latere spoorhistoricus Guus Veenendaal. Intussen was hij in 1965 begonnen met lesgeven aan de Montessorischool in Rotterdam. Twee jaar later studeerde hij af en weer een jaar later bevond hij zich op een tweesprong in zijn leven: blijf ik nog veertig jaar lesgeven of kies ik voor het historisch vakwerk?

Evert van Laar interesseerde zich voor oude en moderne trams, zoals dit tramtype, de PCC, dat begin jaren vijftig in Den Haag in dienst kwam. Op de foto van Evert motorrijtuig 1021 op het Gevers Deynootplein in Scheveningen op 15 april 1955.

Nationaal Archief

Evert trad in dienst bij het Algemeen Rijksarchief, tegenwoordig het Nationaal Archief, in Den Haag. Daarvoor moest eerst stevig geblokt worden om het diploma Hoger Archief Ambtenaar te behalen. Daarna werd hij hoofd van de afdeling 19e en 20e eeuw en in 1975 volgde de promotie tot rijksarchivaris verantwoordelijk voor de periode vanaf 1795. Hij kreeg 35 kilometer ongeordend archief onder zijn hoede. In die tijd documenteerde hij bijvoorbeeld uitgebreid de Arnhemse tram, maar ook kwamen er allerlei NVBS’ers langs met verzoeken om materiaal in het archief te mogen deponeren. Evert noemt bekende NVBS-hoofdbestuursleden onder wie Max Ockeloen en Herman Duparc. Hij profiteerde daarbij van het feit dat verschillende van zijn medewerkers extra gemotiveerd waren door hun railhobby. Zij waren eveneens lid van de NVBS. Je zou verwachten dat iemand met zo’n groot ongeordend archief nergens meer tijd voor heeft, maar dat was niet het geval. Evert las trouw elke maand Op de Rails, bezocht de afdelingsbijeenkomsten en de algemene ledenvergaderingen.

Ook treinen hadden Everts interesse en hij legde vaak bijzondere gebeurtenissen vast, zoals de eerste reizigerstreinen naar en van Arnhem na de Tweede Wereldoorlog in Zetten-Andelst (op de Betuwelijn) op 22 mei 1955. Tot die tijd moesten reizigers naar en van Arnhem naar Nijmegen reizen om daar over te stappen op de (stoom)trein naar de in de Betuwe gelegen stations.

Vervroegd pensioen

In 1992 ging hij met vervroegd pensioen, wat overigens geen rust betekende. Zijn vriend Guus Veenendaal drong erop aan dat Evert zich verkiesbaar stelde voor het hoofdbestuur van de NVBS. Het werden zeven jaren in dit gremium onder voorzitter Karel Schuyt, de bekende uitgever van onder meer spoorwegboeken. Er werd in stijl vergaderd, inclusief uitstekende lunches en diners. Ook ontving Evert diverse uitgaven cadeau. Evert werd commissaris voor de verzamelingen en belast met de door het NVBS-hoofdbestuur zelf geformuleerde opdracht: zorgen voor een goede centrale documentatie van de verzamelingen. Daarvan lag veel bij mensen thuis en het was een onsamenhangend geheel. Het was niet de bedoeling de verzamelingen bijeen te brengen, het ging erom deze verzamelingen te documenteren zodat ze toegankelijk zouden worden. In 1994/1995 is dit met veel financiële steun in Leiden De Vink tot stand gekomen: het Documentatiecentrum NVBS met 55 kasten. Bij dit werk kreeg hij veel steun van wijlen Herman Duparc, de grote tramhistoricus van Nederland. In deze periode werden de voorbereidingen voor de Stichting NVBS-Railverzamelingen getroffen.

Zoals veel leeftijdgenoten die in trein en tram geïnteresseerd waren, zag Evert van Laar met lede ogen het verdwijnen van de interlokale tram aan en probeerde hij nog zoveel mogelijk over de op te heffen tramlijnen te rijden. Zo reisde hij voor het laatst met de tram naar Volendam op 29 augustus 1956 (de lijn werd opgeheven op 30 september 1956) met motorrijtuig A27 en de aanhangwagens By3 en By6, hier aan het eindpunt te Volendam.

Genoeg werk

In 2000 trad hij na zeven jaar terug uit het hoofdbestuur. Dit betekende niet dat Evert ging rusten. Zo heeft hij het initiatief genomen tot het overleg tussen de beheerders van de diverse verzamelingen. Dit kwam onder meer voort uit de vreemde situatie dat de voorzitter en de beheerder van de bibliotheek bij een veiling onwetend van elkaar op de dezelfde kavels boden en zodoende de prijs opdreven. In dit beheerdersoverleg kan dit soort zaken gecoördineerd worden. Ook als beheerder van de documentatie van spoorwegen in Nederland, Nederlands-Indië/Indonesië en Suriname had hij genoeg werk te verzetten. Vooral Suriname heeft zijn belangstelling. Dit land heeft hij verschillende keren bezocht en hij heeft de geschiedenis bestudeerd. Bovendien is hij betrokken geweest bij de oprichting in 1975 van de Stichting Spoor- en Tramwegverzamelingen (SSTV). Deze is bewust gescheiden gehouden van de Stichting NVBS-Railverzamelingen. De laatstgenoemde stichting richt zich primair op Nederland, de aangrenzende buurlanden en de (vroegere) overzeese gebiedsdelen. De SSTV is minder scherp begrensd en deze verzamelingen worden bewaard in het Utrechts Archief.

In 2014 benoemde het NVBS-bestuur Evert van Laar tot Lid van Verdienste voor zijn decennia lange inzet in verschillende functies voor de vereniging. Hier ontvangt Evert (links) de felicitaties en bloemen van NVBS-voorzitter Maikel Rörik op 16 april. Foto: Gert Jan Binkhorst.

Lid van Verdienste

Met een opsomming van al deze activiteiten is het niet verwonderlijk dat Evert van Laar in 2014 tot Lid van Verdienste van de NVBS werd benoemd. Maar tijdens het gesprek lijkt dit meer op bijvangst. Hier is een gedreven spoorliefhebber aan het woord die systematisch te werk gaat. Zo bekent hij dat hij in het algemeen een dienstregelingen-freak is. Dienstregelingen en dienstuitvoeringen zijn het allerleukst en dan helemaal in het bijzonder de Duitse boekjes: heel gedetailleerd en met kaartjes. Het eerste dat hij in het buitenland doet is dan ook naar de VVV gaan en om dienstregelingen vragen. Evert lijkt een onuitputtelijke bron van feiten, verhalen en namen en tot besluit vertelt hij over zijn eerste liefde, de GETA. De hele geschiedenis van dit bedrijf had hij allang grondig gedocumenteerd, inclusief het naoorlogse busbedrijf. Althans dat dacht hij, want vorig jaar kreeg hij een telefoontje van Ton Pruissen, de toenmalige beheerder van het NVBS-filmarchief. Die had filmopnamen uit 1934 ontdekt. Deze waren in opdracht van een wegenbouwer gemaakt en toonden de werkzaamheden bij het hertraceren van de Velperweg in Arnhem. Toch weer nieuwe geschiedenis ontdekt. Deze beelden zijn te zien in de film “Trams in Arnhem” in het filmarchief op de NVBS-site.

Meestal werkt Evert van Laar twee dagen per week in de archiefruimte van NVBS Centraal in Amersfoort. Hier staat hij op het station Amersfoort te wachten op de trein naar Den Haag, waar Evert woont. Foto: Oege Kleijne.

 

Print Friendly, PDF & Email

Personalia

Drs. Evert van Laar

Evert van Laar werd in 1938 geboren in Arnhem en bleef daar wonen tot hij ging studeren. Aan het eind van de straat liep de GETA richting Velp. Het vormde het begin van een levenslange fascinatie voor het railvervoer in het algemeen en de Arnhemse tram (GETA) in het bijzonder. In 1953 werd hij toegelaten als juniorlid van de NVBS. Vier jaar later begon hij in Utrecht aan zijn studie Geschiedenis. Daar ontmoette hij nieuwe NVBS-leden en twee jaar later werd hij penningmeester in het afdelingsbestuur. Deze rol vervulde hij tot 1965. In 1967 behaalde hij zijn doctoraal, maar toen gaf hij inmiddels twee jaar les aan de Montessorischool in Rotterdam. Een jaar na zijn afstuderen nam hij afscheid van het onderwijs en ging hij werken bij het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. Daar werd hij eerst hoofd van de afdeling 19e en 20e eeuw en in 1975 als rijksarchivaris verantwoordelijk voor de periode vanaf 1795. In 1992 kon hij met vervroegd pensioen en in 1993 werd hij lid van het NVBS-hoofdbestuur. Hij werd commissaris voor de verzamelingen en speelde een grote rol bij het opzetten van goede centrale documentatie. Dit leidde tot het Documentatiecentrum NVBS in Voorschoten De Vink dat uiteindelijk naar Amersfoort is verhuisd. Toen alles onder één dak zat in NVBS Centraal heeft Van Laar het initiatief genomen tot het beheerdersoverleg. Tussendoor heeft hij zich ook beziggehouden met het opzetten van de Stichting Spoor- en Tramwegverzamelingen. Deze staat los van de NVBS, maar er wordt onderling wel gecoördineerd. Inmiddels is Van Laar al geruime tijd assistent-beheerder van het NVBS Verenigingsarchief en heeft hij de documentatie van de Nederlandse Spoorwegen onder zijn hoede, evenals die van Nederlands-Indië/Indonesië, Suriname van de Stichting NVBS-Railverzamelingen. In de laatstgenoemde functie houdt Evert zich bezig met onder meer het uitzoeken, beoordelen en uitdunnen van geschonken verzamelingen en voegt hij stukken toe aan bestaande collecties. In 2014 werd Evert van Laar onderscheiden als lid van verdienste van de NVBS. Hij werkt nog minimaal twee dagen per week in het NVBS-archief in Amersfoort en is momenteel 64 jaar lid van de vereniging.


Fietstocht met historische foto’s

Als 18-jarige maakte Evert van Laar samen met een vriend een fietstocht tijdens zijn zomervakantie door de Belgische en Luxemburgse Ardennen, naar de hoofdstad Luxemburg om daarna de rivier de Moezel te volgen tot aan het punt waar die in de Rijn uitmondt. Veel geld was er in die tijd niet, dus waren dure treinreizen niet mogelijk en ook onderweg overnachtten de beide jongeren in jeugdherbergen. Daar waren ze verzekerd van een warme maaltijd tegen redelijke tarieven en goedkope slaapplaatsen. Hieronder een fotografisch verslag van deze tocht in 1956.

In 1956 maakte Evert samen met een vriend een fietstocht door België, Luxemburg en Duitsland en schoot deze historische foto op 8 augustus 1956 van een railbus (een Duits ontwerp) van de Luxemburgse spoorwegen bij Grundhof op de nu niet meer bestaande spoorlijn Echternach – Diekirch. De trein is vanuit Echternach op weg naar Ettelbruck. Foto: Evert van Laar.

Even verderop in Echternach legde Evert van Laar op 8 augustus 1956 een dieselmotorrijtuig (naar Frans ontwerp) uit Ettelbruck net voor het station Echternach vast. Momenteel bevindt zich op die plek een grote parkeerplaats. Foto: Evert van Laar. Daarna ging de reis naar Luxemburg-Stad, waar toen nog trams reden. Op de foto motorrijtuig 12 op lijn 6 in het centrum op 9 augustus 1956. Overigens worden momenteel weer tramlijnen in de Luxemburgse hoofdstad aangelegd.
Foto: Evert van Laar.

Tijdens deze vakantie maakte Evert diverse historische foto’s, zoals deze van de Duitse Moselbahn, de op de rechter oever van de Moezel liggende particuliere spoorlijn van Trier naar Bullay, die in 1962 werd opgeheven. Op de foto van 12 augustus 1956 het motorrijtuig VT 64 aan het eindpunt in Bullay Süd.
Foto: Evert van Laar.

Tot slot een historische foto van de stadstram in Koblenz vlak voor het hoofdstation. Hier motorrijtuig 47 van de Koblenzer Elektrizitätswerk und Verkehrs-AG (KEVAG) op lijn 2 op 13 augustus 1956.
Foto: Evert van Laar.