Minispecial Reizen – Vakantietip – 2017

Minispecial Reizen – Vakantietip – 20172017-09-17T22:49:34+00:00

Langs de Maas in België en Frankrijk (2)

Toeristisch sporen tussen bier en bronwater

In dit tweede deel van toeristisch sporen langs de Maas gaan we naar het laatste stukje van deze rivier in België en het daaropvolgende stuk in Frankrijk. Ook maken we uitstapjes naar de Stoomtrein der Drie Valleien en kijken we wat er rijdt op de lijnen rond het Belgische Dinant. Het eerste deel van dit artikel is gepubliceerd in de vorige NVBS Actueel (juni).

door Oege Kleijne

met medewerking van Marc Schmitz en Arno Verhagen

We beginnen net als in de vorige aflevering in het fraaie Belgische stadje Dinant, mooi gelegen aan de Maas. De geëlektrificeerde spoorlijn  Namen – Dinant – Athus (grensstation met Luxemburg) ligt in een prachtig heuvelachtig landschap en volgt tot net voorbij Dinant de Maas. Te Anseremme steekt het spoor de rivier over en gaat dan door de Ardenner bossen en volgt eerst de loop van het riviertje de Lesse (bekend door de vele kano’s en kajaks). Uiteindelijk komt de lijn in een glooiend landschap terecht. Vooral het stuk door de Maas- en de Lessevallei zijn het vermelden waard. Voor alle lijnen geldt trouwens dat fotopunten redelijk eenvoudig te vinden zijn. De NMBS, de Belgische spoorwegen, zet tussen Namen en Dinant moderne elektrische Desiro-treinstellen in. Dit geldt ook voor de diensten van Dinant naar het zuiden. Goederenvervoerder Lineas, de opvolger van de goederenpoot van de NMBS, rijdt voornamelijk met locomotieven uit de reeks 13 met verschillende goederentreinen. Daaronder ketelwagentreinen en treinen beladen met staalproducten.

Een avondopname van Dinant, fraai gelegen aan de Maas. Dit stadje vormt opnieuw het vertrekpunt voor vele toeristische attracties, hoewel deze plaats met de beroemde citadel en de nabij gelegen grotten zeker ook een bezoek waard is. Foto: WBT/Anibal Trejo

Railfietsen

Wie graag op spoorfietsen een vroegere spoorlijn berijdt, kan terecht in de idyllische Molignée-vallei op de vroegere spoorlijn 150 van Anhée naar Aisemont, noordelijk van Dinant. Het eerste gedeelte is een fietspad over de oude spoorbedding die helemaal doorloopt tot Aisemont. Vanaf het verder gelegen Warnand, Falaën en Maredsous kunnen spoorfietstochten ondernomen worden op deze lijn.

In het dal van de Molignée kunnen fietstochten over de voormalige spoorlijn 150 worden ondernomen. Op een deel van dat traject zijn de rails blijven liggen en kan een spoorfiets gehuurd worden. Foto: FT/Province de Namur.

Naar Frankrijk

In dit deel van Wallonië zijn veel spoorlijnen opgeheven. Vooral het gesloten deel van de lijn Dinant tot aan het Franse Givet (officieel aangeduid als lijn 154) is de moeite van het volgen waard, omdat de oude stationsgebouwen, overwegwachterwoningen en talrijke details nog langs de lijn aanwezig zijn.

Een historische foto uit de tijd dat de lijn tussen Dinant en het Franse Givet nog gewoon open was. Dieselmotorrijtuig 4310 als trein 6588 (Givet – Dinant) langs de Maas bij Hastière op zondag 10 juli 1983. De meeste treinen bestonden toen uit rijtuigen, getrokken door een loc van de reeks 60. Foto: Roelof Hamoen.

De rails op de opgeheven lijn Dinant – Givet zijn blijven liggen, hetgeen spoorzoeken wel heel gemakkelijk maakt. Volgens een bordje op de aanbouw links dateert het haltegebouw in Waulsort-Village van 1912. Het is inmiddels bij een woning getrokken. Dezelfde plaats kent ook een ander voormalig stationsgebouw dat moeilijk herkenbaar is. Foto: Roelof Hamoen, 10 mei 2006.

Lijn 154 ligt op de linker Maasoever en is vanaf het punt dat de hoofdlijn de Maas oversteekt, bij Anseremme, goed te herkennen. Over de gehele lengte, met uitzondering van de ongelijkvloerse kruisingen tussen wegen en de spoorlijn, liggen nog rails. De lijn volgt het landschappelijk mooie Maasdal met zijn vele kastelen en pittoreske dorpjes en loopt grotendeels langs de N96 en is daardoor per fiets of auto eenvoudig te volgen. Een bezoek aan het typische stationsgebouw van Waulsort-Village is aan te raden vanwege de afwijkende bouwstijl. Givet is overigens vanaf Dinant ook per bus bereikbaar. Een interessante website over deze door een busdienst vervangen spoorlijn is die van Grenstreinbus met oude foto’s van deze railverbinding.

Spoorzoeken langs de Maas op 12 juli 2016 met links de opgeheven spoorlijn van Dinant naar Givet. Op dit deel geen trein en ook geen fietspad. Foto: Marc Schmitz.

Per trein van Givet naar Charleville-Mézières

Wie de reis per auto, bus of fiets van Dinant naar het Franse Givet al mooi vond, zal helemaal verrast worden als per trein van Givet naar Charleville-Mézières wordt gereisd. Ook nu volgt het spoor de Maas, die hier op veel punten kleine stuwen en tal van sluizen bevat om de scheepvaart mogelijk te maken.

De trein legt de 65 kilometer lange afstand tussen Givet en Charleville-Mézières in ruim een uur af. Op werkdagen wordt voor Franse begrippen frequent gereden (ruwweg een uur- tot anderhalfuurdienst). In vrijwel alle gevallen wordt de treindienst uitgevoerd met moderne dieseltreinstellen. Onderweg uitstappen is een aanrader, want ook langs dit Franse deel van de Maas bevinden zich vele idyllische dorpjes, soms met vakwerkhuizen en châteaus (kastelen). Niet alleen Givet, maar bijvoorbeeld ook het bijna geheel door de Maas omsloten Revin, is een bezoek waard.

Uitzicht over de Maas bij Ham sur Meuse, ten zuiden van Givet, met rechts de dubbelsporige lijn Givet – Charleville-Mézières. Foto: Marc Schmitz.

De website France-Voyages (ook in het Nederlands!) schrijft over Revin: ‘Het stadje, genesteld tussen de kronkels van de Maas en het Ardenner bos, heeft prachtige vakwerkhuizen weten te bewaren. In de opmerkelijkste, het Spaanse huis uit de 16de eeuw op de hoek van Edgar Quinetkade en de Victor Hugostraat, is nu het museum van het Oude Revin (musée du Vieux Revin) ondergebracht. Hier wordt het dagelijkse leven in het oude Revin verteld, aan de hand van een reconstructie van een Revin-interieur uit de jaren 1920-1930, een verzameling gietijzeren kachels en tijdelijke exposities met als thema de stad, het Maasdal of de Ardennen.

Moderne Franse dieseltreinstellen verzorgen de reizigersdienst tussen Givet en Charleville-Mézières, zoals SNCF-treinstel 76694 te Vireux op 5 mei 2017. Foto: Marc Schmitz.

Moderne Franse dieseltreinstellen verzorgen de reizigersdienst tussen Givet en Charleville-Mézières, zoals SNCF-treinstel 76694 te Vireux op 5 mei 2017. Foto: Marc Schmitz.

Voor een prachtig uitzicht over hele stad en de kronkels van de Maas, is het uitzichtpunt van de Faligeotte, op de berg Mont Malgré-Tout, aan te raden, waar ook de schrijfster George Sand vroeger erg onder de indruk was van het prachtige landschap.’
Ook de dubbelstad Charleville-Mézières is een bezoek waard.

Spoorbruggen

De spoorlijn kent tal van tunnels en steekt op diverse plaatsen de Maas over, zoals onder meer bij Anchamps en Laifour. Het spoor en de Maas volgen kan natuurlijk ook met de auto, maar daarnaast is het vooral voor fietsers aan te raden, want tussen Givet en Charleville-Mézières ligt sinds een aantal jaar ook een bekroond fietspad (en dit is sinds kort ook doorgetrokken naar Sedan en Mouzon). Onderweg kan de trein op tal van fraaie fotopunten vereeuwigd worden. Wie per trein terug wil reizen naar Givet kan de fiets gratis meenemen.

Op de lijn vindt een onregelmatig goederenvervoer plaats naar en van de steengroeve bij Foiches, iets ten zuiden van Givet. Meestal worden Class 66- of Class 77-diesellocs ingezet van particuliere spoorwegmaatschappijen zoals op de foto loc 77501 van Voies Ferrées Locales et Industrielles (VFLI) op 7 augustus 2014. Foto: Marc Schmitz.

Op deze spoorlijn rijden zeer onregelmatig goederentreinen. Het zijn vooral steenslagtreinen die bij Carrières de Pierres Bleues de Givet/Foiches, enkele kilometers stroomopwaarts bij Givet, beladen worden. Meestal verzorgen particuliere goederenvervoerders deze dienst, waarvoor in de regel zogeheten Class 66- of Class77-diesellocomotieven worden ingezet. Tot slot beschikt Charleville-Mézières in het stadsdeel Mohon over een omvangrijke locomotievenloods, waarin verschillend materieel is opgeslagen. Op sommige dagen van het jaar kan dit spoorwegmuseum worden bezocht.

Naar de drie Valleien

Een zijstap terug over grens naar België brengt de spoorwegliefhebber bij de Stoomtrein der Drie Valleien (CFV3V). Deze organisatie onderhoudt op bepaalde dagen een (stoom)treindienst tussen Mariembourg en Treignes. Het eerstgenoemde station ligt aan de niet-geëlektrificeerde en landschappelijk mooie spoorlijn van Charleroi naar Couvin, waar de NMBS op werkdagen een frequente treindienst uitvoert en in het weekend om de twee uur rijdt.

Eén station aan deze museumspoorlijn zullen wat oudere Nederlanders nog kennen: Olloy sur Viroin. Op en rond dit station werd de Bona-reclame uit 1986 opgenomen.

De vereniging achter deze spoorlijn bezit een omvangrijk materieelpark. Bij de stoomlocomotieven ligt de nadruk op machines die ooit dienstdeden bij industriespoorwegen, maar er zijn ook Belgische tramlocomotieven en machines te zien die ooit bij de Duitse spoorwegen hun diensten verrichtten, zoals de series 50, 52 en 64. Op het gebied van de dieseltreinstellen en -motorrijtuigen zijn er zowel Belgische, Franse als Duitse exemplaren, inclusief de Franse Picasso en de Duitse railbus (in een Belgisch jasje).

Mariembourg is het startpunt van de Stoomtrein der Drie Valleien en is gemakkelijk vanuit Charleroi per trein bereikbaar. Op de foto twee dieseltreinstellen van de reeks 41 van de NMBS op 29 april 2007. Foto: Marc Schmitz.

Het internationale karakter van deze vereniging weerspiegelt ook de samenstelling van het diesellocomotievenpark, waaronder kleine Franse rangeerlocs, exemplaren van industriespoorlijnen, maar ook de bekende grote Belgische diesels, zoals locs van de reeksen 51 en 60. Ook voor de liefhebbers van oude Belgische rijtuigen is er veel te zien bij de drie valleien. Een bijzonderheid vormt de Franse krokodil, de BB 12120, een elektrische loc die hier dus niet kan rijden.

Een stoomtrein van de Drie Valleien te Vierves-sur-Viroin met voorop locomotief SA 01 met daarachter oude NMBS-rijtuigen op 27 april 2014. Foto: Marc Schmitz.

Spoorwegmuseum

Het museum in Treignes, zo’n honderd meter van het gelijknamige station, toont veel van dit materieel, maar ook bijvoorbeeld locomotieven die van de NMBS in bruikleen zijn verkregen. Dit museum werkt nauw samen met de afdeling van de Belgische spoorwegen die instaat voor het bewaarde historische materieel. Dat is nodig omdat de NMBS een grote verzameling historisch materieel bezit dat in het eigen museum in Schaarbeek niet tentoon kan worden gesteld vanwege het tekort aan ruimte. Daarom staat er relatief veel NMBS-museummaterieel in het CFV3V-museum. Vermeldenswaard – voor de fijnproevers – is de aanwezigheid van het vooroorlogse dieselmotorrijtuig 608.05, dat ook uitgeleend is aan de CFV3V. Deze motorwagen is niet inzetbaar maar hoort wel toe aan de regio waar het museum zich bevindt. Deze motorwagen werd in haar nadagen vanuit Walcourt ingezet.

Het vroegere grensstation Treignes (de lijn liep door naar het Franse Vireux-Molhain aan de eerder beschreven spoorlijn van Givet naar Charleville-Mézières) kan uiteraard weer als vertrekpunt worden gebruikt voor een spoorzoektocht naar de restanten van deze grensoverschrijdende lijn, waarmee de cirkel weer rond is.

Het huidige eindpunt Treignes van deze museumlijn was vroeger een grensstation waarna de lijn doorliep naar Frankrijk en bij Vireux-Molhain aansloot op de spoorlijn Givet – Charleville-Mézières. Hier zien we een zogenoemd Brossel-rijtuig, nummer 554.11, op 2 mei 2010.

Print Friendly, PDF & Email
Over vakantietips
In Vakantietip(s) belicht de redactie of een van de lezers een populaire vakantiebestemming met bijzondere railattracties in de omgeving. Dat mag een prachtig gebied zijn in Frankrijk met een mooie museumspoorlijn, maar ook een bestemming ver weg en een tip voor een bijzondere trein- of tramrit of materieelsoort. Lezers die voor deze rubriek een tekst met foto’s willen inzenden, e-mailen naar nieuwsbrief@nvbs.com.
Naar Dinant en omgeving

Per trein: vanuit Utrecht via Rotterdam Centraal en verder met de Benelux naar Zaventem (Brussel Airport) of Brussel Noord met in de regel maar twee overstappen naar Dinant in een kleine vijf uur. Een alternatieve en slechts wat langer durende reis voert langs de overstapstations Maastricht, Liège Guillemins en Namen (Namur) naar Dinant. Tussen de Nederlands-Belgische grens bij Visé en Dinant loopt het spoor grotendeels parallel aan de Maas. Wie de spoorkaart van België wil bekijken of dienstregelingsinformatie zoekt, raadpleegt de website van de NMBS.

De kaartautomaten van NS geven geen vervoerbewijzen naar de wat kleinere plaatsen in België. Het kopen van een dergelijk “kaartje” kan wel weer via de websites van NS Internationaal of de Treinreiswinkel (Happy Rail).

Per auto: de reis loopt ruwweg over dezelfde route als de trein: vanuit Utrecht over de A27 naar Breda en dan verder via E19 naar Antwerpen en Brussel en door via de E411 in de richting van Namen (Namur) en via een provinciale weg naar Dinant (263 km). Geschatte reistijd (zonder files) rond de drie uur. Houd vooral rekening met files op de ringen rond Antwerpen en Brussel. Een alternatieve, meer toeristische, maar langere route is mogelijk via Eindhoven, Maastricht (A2), Luik (E42) en in Luik naar de N90 om die – net als de spoorlijn – grotendeels te volgen door het Maasdal tot Namen (Namur) en dan verder langs de N92, later N96 tot Dinant. Tussen Luik en Namen loopt ook de snelweg E42.

Even wennen: Vlaams spoorjargon

Onze Zuiderburen hebben hun eigen “Nederlandse” taal. Ze zeggen niet “vast en zeker”, maar draaien het om: “zeker en vast”. En een receptie heet daar in de regel een “onthaal”. Het eigen taalgebruik vinden we ook terug bij het spoorse jargon. Zo heet een depot waaruit de treinen de diensten op de lijnen verzorgen een “stelplaats”. Een locomotief- of treinstelserie heet daar een “reeks” en een trein trekken, duwen (locomotief) of rijden (treinstellen) heet daar een trein “verzekeren”.

Heel handig: spoorlijnnummers!

In België zijn alle spoorlijnen genummerd en die lijnnummers worden ook algemeen gebruikt. Zo vinden we bij het begin van een bepaald baanvak op het bord het nummer van de lijn die we gaan bereizen. Op internet, of preciezer Wikipedia, staat een lijst met nummers van gewone spoorlijnen met reizigersverkeer, trajecten met alleen goederenvervoer en gesloten railverbindingen. In de meeste gevallen zijn deze lijnen uitvoerig beschreven.

Lekker fietsen in Wallonië: RAVeL!

RAVeL staat voor Réseau Autonome des Voies Lentes, de Waalse tegenhanger van de “Voies Vertes” in Frankrijk. Dit zijn vaak schitterende fietsroutes die je kunt volgen zonder dat dit een enorme inspanning vergt, omdat ze vaak over niet meer gebruikte spoorlijnen of over vroegere jaagpaden langs de rivieren en kanalen lopen. Op de website RAVeL et les véloroutes (helaas alleen in het Frans) zijn de vele fietsroutes in Wallonië ook te bekijken. Via de interactieve kaart kan op een gebied ingezoomd worden, bijvoorbeeld door een plaatsnaam, zoals Dinant in te tikken.

Goedkoop: het seniorenbiljet van de NMBS

Senioren die de leeftijd van 65 jaar of ouder hebben bereikt, kunnen in België goedkoop reizen. Een retour ongeacht de afstand kost slechts 6,20 euro. Meer informatie op de website van de NMBS.

Naar Mariembourg

Voor wie de Stoomtrein der Drie Valleien per trein wil bezoeken bieden de NS en de NMBS diverse verbindingen aan. Vanaf Utrecht via overstappen in Rotterdam (over op de Benelux), Antwerpen Centraal en Charleroi Sud. De reis duurt vier uur en drie kwartier. De landschappelijk veel fraaiere treinrit gaat van Utrecht via Maastricht (overstap) naar Liège Guillemins naar Charleroi Sud. Deze reis duurt wel langer: ruim zes uur.

Met de auto kan zowel over Antwerpen en Brussel als via Maastricht gereisd worden. Zie boven: “Naar Dinant en omgeving”.

Leestip: Grand Central Belge

Het boek Grand Central Belge van Pascal Verbeken beschrijft dat wat er nu nog over is van de oude glorie van de spoorwegmaatschappij GCB (die met Vireux – Antwerpen een economisch belangrijke spoorverbinding Lotharingen – Rotterdam creëerde). Het boek beschrijft vooral het Belgische verval, het is niet per se een spoorwegboek, maar daardoor misschien wel zo leesbaar.