“Ik heb dezelfde problemen als ProRail: blaadjes op de rails, sneeuw, bevroren wissels”

De tuinbaan van Erik de Zwart

Een interview met Erik de Zwart: waar kan dit beter plaatsvinden dan in Laren, te midden van de grote modelbaan in zijn tuin?

Muziekliefhebbers zullen Erik de Zwart kennen van zijn vele activiteiten op radio en tv. Daar is hij inmiddels mee gestopt. Zijn tijd besteedt hij nu vooral aan zijn andere grote passie: treinen. Dat varieert van modeltreinen (schaal 1:22,5) tot aan complete Hondekoppen (schaal 1:1). Ook is hij bezig met het ontwikkelen van een digitaal platform voor trein- en reisliefhebbers: 24trains.tv.

Terwijl we door zijn tuin lopen vertelt Erik: “De jongste broer van mijn moeder was een nakomertje, die woonde nog bij mijn oma in Velsen. Die werd behoorlijk verwend, onder andere met een Märklinbaan. Dus als wij bij mijn oma op bezoek waren, zat kleine Erikje daar de hele zondagmiddag op zolder.”

“Zo’n trein wilde ik zelf natuurlijk ook, maar wij woonden in Amsterdam West op een flatje. In mijn kamertje had mijn oom een klaptafel gemaakt. Daarop zaten de rails vastgeschroefd en waren de huisjes vastgeplakt. Twee rondjes, een stationnetje en wat opstelsporen, daar kon ik eigenlijk best leuk mee rijden.”

Bandrecorders en microfoons

“Op een gegeven moment kreeg ik ook andere interesses. Toen heb ik alles verkocht en ging ik in de bandrecorders en de microfoons. Dat was mijn andere grote passie. Vanaf die tijd ben ik voornamelijk bezig geweest met mijn carrière als diskjockey.”

“In de jaren tachtig kwam ik in contact met drummer Herman van Boeyen van de popgroep Vitesse. Die had voor zijn zoontje een modelbaan van LGB gekocht. Schaal 1:22,5, dat is een beetje groot als je op de Rozengracht in Amsterdam woont, op drie hoog. En zijn zoontje vond het niet eens leuk. Dus toen heb ik die hele set overgenomen, inclusief de bruine Krokodil die ik nog steeds koester. Dit was het begin van mijn LGB-verzameling.”

Spoorbaan in de tuin

“Toen ik in Loosdrecht ging wonen, heb ik mijn eerste tuinbaan aangelegd, een beetje provisorisch. Ik kwam erachter dat je, als je een serieuze tuinbaan wilt, er wel over moet nadenken. Je moet een beetje kijken naar hoe het grootbedrijf in elkaar zit. In 1994 verhuisde ik naar Laren. Daar heb ik mijn tweede tuinbaan aangelegd: twee ovaaltjes met een vijvertje en een brug. In al mijn wijsheid had ik als ondergrond gasbetonblokken genomen. Groot en makkelijk, maar die blokken raken verzadigd met vocht en vriezen dan ’s winters kapot. Maar ik heb er toch best lang plezier van gehad.”

“Toen meldden zich kort na elkaar twee dochters en werd het huis te klein. We hebben er over gedacht om een stuk aan het huis te bouwen, maar het bleek relatief goedkoper om hier een nieuw huis neer te zetten. Ik moest mijn tuinbaan toen afbreken. Eind 2001 was het nieuwe huis klaar. Ik had natuurlijk wel rekening gehouden met mijn ambities! Kijk maar naar dat schuurtje met het poortje waar de treinen door naar binnen kunnen rijden.”

Dezelfde problemen als ProRail

“Het bouwen van de baan die ik nu heb heeft zeker twee, drie jaar geduurd. Ik heb daarbij veel hulp gekregen van een vriend. Die heeft onder andere geholpen met de grote betonbrug. Als je het echt goed wilt doen, dan kun je maar twee ingrediënten gebruiken: beton en roestvrij staal. Anders gaat het allemaal stuk. Het station had ik gebouwd op een watervaste plaat. Dat vergaat niet, maar daar bleef het water op staan. Water en zon zijn je grootste vijanden.”

“Zo’n baan moet je echt onderhouden en schoonmaken. Ik heb dezelfde problemen als ProRail: blaadjes op de rails, sneeuw, bevroren wissels. Ook heb je te maken met het uitzetten van metaal in de zomer en krimpen in de winter. De afgelopen tijd ben ik bezig geweest met het aanleggen van bovenleiding, die is helemaal afgespannen met sterke veren. Dat systeem heb ik ontwikkeld met Paul van der Lugt, die ook een grote tuinbaan heeft.” (Omroepman Paul van der Lugt is ook betrokken bij de Stichting Hondekop; zie kader rechts – red.)

Hondekoppen

“Via Paul ben ik betrokken geraakt bij de Hondekop. Ik was nog heel druk met mijn carrière, dus ik had er eigenlijk geen tijd voor. Maar zijn vrouw werd ziek en toen vroeg hij of ik het wilde waarnemen. Zo kwam ik in de grote spoorse wereld terecht en dat was iets anders dan ik me had voorgesteld. Het besturen van zo’n club bleek niet eenvoudig. Ik had ook niet zo veel kennis van het grootbedrijf, maar dat was snel bijgespijkerd. Ik ben blij dat we nu een mooie florerende stichting hebben met veel enthousiaste vrijwilligers.”

“De mensen die altijd aan materieel ’54 hebben gewerkt beginnen langzamerhand afscheid te nemen. We zijn nu bezig met de kennisoverdracht van de oudere naar de jongere generatie, zodat we ook in de toekomst het onderhoud zelf kunnen blijven doen. Een voordeel is: iedereen kan het leren. In zo’n Hondekop zitten geen computerchips, het is allemaal analoog.”

“Het Beneluxstel staat nu in Roosendaal. De wielstellen zijn er onderuit, die moeten gereviseerd worden. Hetzelfde geldt voor het casco, daar gaan we nu mee aan de gang. Het zal nog een probleem worden om er in België mee te gaan rijden, daar zijn ze helaas niet zo enthousiast over oud materieel. Het hele elektrische systeem is trouwens gebouwd in België, dus we zijn nu ook bezig om Belgische vrijwilligers te vinden die ons hierbij kunnen helpen. Omdat we in Roosendaal zitten moet dat lukken.”

Erik vertelt over het vele werk dat het restaureren van de 766 heeft gekost. Aan de eerste ‘bak’, met het restauratiegedeelte, is twee jaar gewerkt. Die bak was er het slechtst aan toe. Aan de drie volgende rijtuigen is steeds ongeveer een jaar gewerkt. De 766 is volledig dienstvaardig, maar het wordt steeds lastiger om ritten te organiseren door de hoge vergoedingen die betaald moeten worden. Organisaties die technisch erfgoed in stand houden zouden wel met wat meer coulance behandeld mogen worden.

Het gesprek wordt onderbroken doordat er een trein is blijven steken. Erik moet even ingrijpen. Hierna vertelt hij over de plannen die hij nog heeft met zijn baan:

“Ik wil het spiraalviaduct van Brusio gaan nabouwen. Dat ligt in het Italiaans sprekende deel van Zwitserland in een smal dal. Om hoogte te winnen hebben ze daar een grote keerlus moeten aanleggen. In mijn voortuin zou dat een extra stationnetje opleveren en ik zou dan ook meer dan vier treinen tegelijk kunnen laten rijden. Maar zoals je ziet: ik zou dan ook meer heen en weer moeten rennen!”

“Het blijft een hobby, je bent nooit klaar met zo’n baan. Dat maakt het ook leuk. Er moeten nog seinpalen komen, ik wil ook meer huisjes erbij hebben. En die boompjes knip ik ook zelf, dat lijkt bonsai maar is gewoon buxus. Het is de hele week prachtig weer geweest, dus die zijn nu als een gek aan het groeien.”

“In mijn kantoor heb ik een tweetje mat. ’54 staan, maar die past niet door de bogen van mijn baan. Ik vind Nederlands materieel mooi, maar ik hou van Zwitserse treinen. Met mijn ouders ging ik altijd op vakantie naar Zwitserland. Vanuit het vakantiehuisje van mijn oom en tante keken we uit op het Langwieser Viadukt. Dat is een soort Märklin in het echt: je ziet zo’n treintje rijden en je hebt het idee dat je het zo kunt oppakken en ergens anders neerzetten. Ik ben er net weer geweest en ik voel me er thuis. Maar ik ben ook blij dat ik in Nederland woon hoor.”

Gestopt met radiowerk

“Met radiowerk ben ik helemaal gestopt, anderhalf jaar geleden. Toen vond ik het mooi. Die treinen vind ik veel leuker, en die reizen wil ik ook zelf maken en filmen. Dat kost tijd en je kunt niet allebei doen; als je radio doet moet je er altijd zijn. Met Paul maak ik al jarenlang elke winter een tripje van een dag of zes naar Zwitserland. Een vriend van ons heeft een hotel in Brig. Die rijdt nu ook twee dagen per week goederentreinen. Vorig jaar zijn we meegeweest – nou dan is het grootbedrijf wel heel erg groot. Fantastisch: met 750 ton achter je kont de berg over.”

“Op zich zou ik zelf ook wel machinist willen worden. Ik heb natuurlijk weleens gereden, met de meester naast me. Ik vind het nog een hele klus om mooi te rijden. In principe kan iedereen met zo’n trein rijden, maar de kunst is om zodanig te stoppen dat niet de hele trein achter je in de war ligt. Trammetjes heb ik ook altijd leuk gevonden. In Amsterdam heb ik op ieder tramstel wel gereden, onder begeleiding natuurlijk. Vroeger kon dat gewoon. Dat de Amsterdamse museumtrams nu in gevaar zijn vind ik heel erg. Ik wil iedereen oproepen om die petitie te tekenen.”

Luxe treinreizen

“Onlangs verscheen mijn boek ’40 Topjaren’. Dat gaat over mijn carrière bij radio en tv. Maar ik gebruik dat meteen als startpunt voor iets nieuws waar ik mee bezig ben: een online platform over luxe treinreizen: 24trains.tv. Daarmee richten we ons niet alleen op railenthousiasten, maar ook op mensen die een onvergete­lijke vakantiebelevenis willen hebben. De trein is een prachtig alternatief voor het vliegtuig. We gaan ook reizen organiseren, maar de boekingen doen we niet zelf, daarvoor werken we samen met een ander bedrijf: Incento. Misschien dat ik zelf ook weleens als reisleider meega.”

“Dit platform is bedoeld voor 55-plussers, mensen met tijd en geld. Het is niet goedkoop om met de trein te gaan, zeker niet als je het een beetje leuk wilt doen. Reizen in de negentiende eeuw, met de Oriënt Express, dat werk. Dat vinden veel mensen mooi. We hebben ook plannen met de Eurostar: naar Londen en van daaruit diverse treinritten maken. Ik wil het meteen internationaal aanpakken, want dit bestaat verder niet. Er ligt gewoon een kans: die treintjes worden nog een keer sexy!”

Nico Spilt


[printfriendly]

Erik de Zwart

Erik de Zwart werd in 1957 geboren in Amsterdam. Sinds 1978 is hij actief geweest in de radio- en tv-wereld, als diskjockey en als onder­nemer. Voor een overzicht van zijn vele activiteiten zie Wikipedia. Met zijn vrouw en twee tiener­dochters woont hij in Laren.

Zijn jongste project is 24trains.tv, een multimediaal platform voor trein- en reisliefhebbers.

Stichting Hondekop

Bij treinstel 766, en sinds enige tijd ook Beneluxstel 220.902, zijn twee stichtingen betrokken: de Stichting Mat’54 Hondekop-vier, de eigenaar van de trein, en de Stichting Exploitatie en Onderhoud Mat’54 (SEOM), die zoals de naam aangeeft de trein onderhoudt en ermee rijdt. Erik de Zwart is voorzitter van de Stichting Mat’54. Paul van der Lugt (in het dagelijks leven directeur RTV Utrecht) is voorzitter van de SEOM. Naar buiten toe presenteert men zich tegenwoordig onder de eenvoudige naam Stichting Hondekop.

De treinen van LGB

In 1881 begon Ernst Paul Lehmann met zijn speelgoedfabriek. Aan­vanke­lijk maakte hij vooral blikken speelgoed. In 1968 verschenen de eerste treinen van LGB op de markt: Lehmann Gross Bahn. Forse treinen in schaal 1:22,5 (schaal G) die tegen een stootje kunnen en waarmee je dus ook een tuinbaan kunt aan­leggen. Het merk is nu eigendom van Märklin. Het boek ‘125 jaar Mechanisch speelgoed’ verscheen in 2006 bij In Boekvorm Uitgevers, ISBN 9077548211. Het voorwoord is geschreven door Erik de Zwart.

Thomas de stoomlocomotief

Erik de Zwart werd jaren geleden door Cartoon Networks gevraagd of hij de Nederlandse versie van Thomas the Tankengine wilde inspreken. Erik: “Dat leek me wel leuk. Uiteindelijk heb ik in elf jaar tijd 450 filmpjes ingesproken. Ik was zo verstandig om onder het dikke contract dat ik kreeg te schrijven ‘video rights not included’. Dus toen ze die filmpjes op videoband uit­brachten en later nog een keer op dvd, moesten ze weer bij me langs. Dus ik heb er zakelijk ook nog wel wat aan verdiend.” De Engelse versie van de filmpjes is ingesproken door Ringo Starr, drummer van de Beatles. De verhalen zijn in de jaren vijftig geschreven door dominee W. Awdry.