De periode vanaf de Tweede Wereldoorlog
De tram in Gent (2)
In het weekend van 18 en 19 mei 2024 wordt gevierd dat de tram in Gent 150 jaar bestaat. In de aanloop daarnaartoe verzorgt Frits van Buren een aantal artikelen over de Gentse tram. In dit tweede deel komt de periode vanaf de Tweede Wereldoorlog aan de orde.
Na de Tweede Wereldoorlog had het Gentse tramnet zijn grootste omvang van 53,6 km bereikt met de lijnen 1-10, 20 en 31. Op 31 december 1953 eindigde de concessie van de Elektrische Tramwegen van Gent (ETG). Vlak daarvoor had de Gentse gemeenteraad een voorlopige overeenkomst met de ETG afgesloten zodat deze het net kon blijven beheren.
Eind maart 1961 volgde de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer in Gent (MIVG) de Elektrische Tramwegen van Gent (ETG) op. Dit nieuwe bedrijf wilde het net grondig moderniseren. Minder belangrijke tramlijnen werden vervangen door bussen. Met lijn 8 was dat het geval in augustus 1962, met lijn 6 in de loop van 1963, met lijn 9 op 1 oktober 1963, met de lijn 7 in juli 1964, met lijn 5 op 1 juni 1965, met lijn 3 op 1 november 1969 en tenslotte met lijn 20 in december 1973, waarna de lijnen 1, 2, 4 en 10 overbleven. Vervolgens werd lijn 2 opgesplitst in lijn 21/22 waarvan de lijnen 21 en 22 alleen door de eindtrajecten van elkaar verschilden. Het net had toen een lengte van 23,5 km.
Gyrobus
Bij alle vervangingen door bussen in Gent was er één wel zeer opvallend: de gyrobus die door de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) werd getest op de vroegere 7 km lange tramlijn Gent Zuid – Merelbeke Molenhoek. Daarvoor bestelde de NMVB drie gyrobussen met de nummers G 1-3 bij de Maschinenfabrik Oerlikon in Zwitserland. In Zwitserland hadden vanaf oktober 1953 proeven met twee gyrobussen plaatsgevonden in Yverdon-les-Bains. Ook in Leopoldstad (in het toenmalige Congo) hebben gyrobussen gereden.
In een gyrobus brengt een elektromotor een vliegwiel van 1½ ton op een toerental van 3200 toeren/minuut. Het vliegwiel drijft dan een generator aan die de stroom levert voor een elektromotor om de bus te laten rijden. Onderweg kon het vliegwiel op snelheid worden gebracht bij op regelmatige afstand geplaatste laadpalen, waarbij drie stangen op de bus omhoog klappen en de stroomafnemer vormen voor de driefase wisselspanning. Dit experiment had erg weinig succes en in 1959 werd het beëindigd. Thans rest alleen nog gyrobus G3 als enige Gyrobus-exemplaar ter wereld in het Vlaams Tram- en Autobusmuseum in Antwerpen.
Trolleybussen
Ook hebben in Gent een aantal jaren trolleybussen dienstgedaan. Op 29 januari 1985 werd bij Van Hool / ACEC (Ateliers de Constructions Électriques de Charleroi) een bestelling geplaatst voor 20 gelede hybride trolleybussen voorzien van een elektrische aandrijving en een diesel-aandrijving. Met onderbrekingen deden zij vanaf 24 maart 1989 tot 2009 als lijn 3 dienst op het 8,5 km lange traject Gentbrugge Meersemdries – Mariakerke Post. Omdat Arnhem te weinig trolleybussen had werden in 1996 vier van deze Gentse trolleybussen gehuurd. Drie ervan gingen in 1997 weer terug naar Gent, terwijl de vierde tot 1999 in Arnhem dienstdeed. De Gentse trolleybus 11 maakt thans deel uit van de Stichting Trolleymaterieel Arnhem.
In de jaren 70 hebben in Gent ook plannen voor een premetro bestaan. Een onderdeel daarvan was het dempen van de rivier de Leie over een afstand van bijna een kilometer. Een deel van de tunnelkoker voor de premetro zou daar dan in gelegd worden, afgedekt door een 2×2-baans autoweg. De Gentse bevolking was echter niet gediend van deze plannen. Toen er boringen werden uitgevoerd door de MIVG werd de tegenstand zo groot dat de plannen gestaakt werden.
Nieuw trammaterieel
Omdat sinds 1913 geen nieuwe trams waren aangekocht, was vernieuwing van het verouderde trammaterieel dringend nodig. Oorspronkelijk was het de bedoeling om 66 PCC-trams aan te schaffen. Maar nadat ook de tramlijnen 3 en 20 waren vervangen door bussen werd de bestelling gereduceerd tot 54 exemplaren. Deze PCC’s werden tussen 1971 en 1974 gebouwd door het voormalige Brugeoise et Nivelles (nu Alstom) samen met de voormalige ACEC voor het elektrische gedeelte. Het eerste rijtuig 01 werd op 17 maart 1971 geleverd en op 19 maart 1971 officieel aan prominenten voorgesteld met een rit door Gent.
Een verslag van de NVBS-excursie op 30 april 1971 staat in Op de Rails van september 1971 (blz. 196-197). In later jaren vonden NVBS-excursies naar Gent plaats in 1978, 1989 en in 1996.
Spoedig na ingebruikname werden de lichtgrijze daken in verband met vervuiling donkergrijs geschilderd. Al in 1977-1978 ondergingen de rijtuigen grondige wijzigingen voor het verbeteren van het comfort van de trambestuurder en reizigers. In 1988 deed de eerste Gentse reclametram zijn intrede: motorrijtuig 37 maakte in een bakstenen uitvoering reclame voor een sigarettenmerk. En in 1991 kregen de blauw-gele trams een sticker van de Vlaamse Openbaar Vervoer Vervoermaatschappij “De Lijn” over het MIVG-embleem en geleidelijk aan kregen zij ook de wit/grijs/zwarte huisstijl van “De Lijn”.
De Lijn
In 1991 ontstond de Vlaamse Vervoermaatschappij “De Lijn” uit een fusie van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen (MIVA), de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer te Gent (MIVG) en het Vlaamse deel van de in een Vlaams en een Waals deel opgesplitste Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB).
In 1997 waren de PCC’s ongeveer 25 jaar oud en was een revisie aan de orde. De uitvoerige revisie van 22 PCC’s werd tussen 1999 en 2003 uitgevoerd door Mittenwälder Gerätebau (20 stuks) en de Belgian Railway Equipment Company in Beersel (2 stuks) en omvatte onder andere:
- Een volledige ontmanteling van de rijtuigbak en het inbouwen van afgesloten cabines.
- Het vervangen van de bekabeling.
- Het wegens het grote elektriciteitsgebruik vervangen van de typische PCC-accelerator door een chopper-installatie.
- Het plaatsen van een (ontsierende) airco-installatie op het dak.
Pogingen om verdere behoefte aan trams op te lossen waren weinig succesvol. In september 1993 arriveerde een PCC uit St. Etienne. Vanwege te hoge kosten werden aanpassingen niet uitgevoerd en de rijtuigbak werd nog in 1994 als schroot afgevoerd. De draaistellen kon men wel nog gebruiken.
In 1994 volgden nog negen in 1961-1962 door Düwag gebouwde trams van de Bochum Gelsenkirchener Strassenbahnen (Bogestra). Uiteindelijk werden maar drie van deze trams in dienst gesteld. De te grote verschillen met de PCC-rijtuigen leidden tot verdere aanpassingen en stijgende aanpassingskosten. Uiteindelijk gingen twee van deze rijtuigen als plukrijtuigen naar Essen en de overige zeven werden als schroot verkocht.
Vrij snel na de start van de Vlaamse Vervoermaatschappij “De Lijn” werd besloten tot de aanschaf van 14 tweerichtingtrams (afgeleverd 1999-2000 / 6301-6314) voor Gent en 31 eenrichtingtrams voor Antwerpen. Na de Europese aanbesteding werd de bouw van de op de stadstramtype NGT6 van Dresden gebaseerde vijfdelige tram met de naam HermeLijn toegewezen aan Siemens in Bautzen. Overigens was BN in 1995 ook bezig aan een lagevloertram met de naam Cityrunner. De naam HermeLijn is door een personeelslid van de stelplaats Gentbrugge bedacht omdat de vorm en de kleurstelling van het materieel enigszins doen denken aan de wintervacht van dit roofdiertje. De Gentse HermeLijnen zijn ook tweerichtingtrams omdat met uitzondering van het eindpunt Flandres Expo het Gentse tramnet alleen kopeindpunten heeft.
Vervolgens werd een tweede bestelling van HermeLijnen geplaatst van 17 trams voor Gent (afgeleverd 2005-2006 / 6315-6331) en 30 trams voor Antwerpen. Deze bestelling werd later uitgebreid met 10 trams. Deze laatste (afgeleverd 2007 / 6332-6341) waren pooltrams voor Gent en de Kusttram. In het dalseizoen rijden de trams in Gent, in de zomermaanden op de Kustlijn. Elk jaar bleef één tram uit Gent en één pooltram uit Antwerpen aan de kust om trambestuurders op te leiden en gedurende de weekends en schoolvakanties extra ritten te verzorgen tussen Oostende Station en Westende Bad. Het was de vraag of dit na de volledige levering van de nieuwe CAF Zeelijnertrams aan de Kustlijn in 2024 ook nog zou gebeuren, maar vanaf 2023 worden ook weer HermeLijnen op de Kust ingezet.
Omdat de Hermelijnen van de eerste generatie (6301 -6314) in 2005 scheurvorming in de rijtuigbakken vertoonden ten gevolge van in bogen optredende spanningen zijn zij tijdens een jaar durende operatie bij de fabriek in Bautzen hersteld. Na de komst van de tweede bestelling HermeLijnen werden medio 2005 de eerste 12 PCC’s buiten dienst gesteld. Daarvan is de 6201 nu museumtram 01 en de overige werden in 2007 gesloopt.
In 2023 kreeg het Spaanse CAF de opdracht om de wagenbakken en het interieur van alle Hermelijnen (84 uit Antwerpen en 41 uit Gent) een grote revisie te geven. Het uiterlijk verandert daarbij, want de trams krijgen nieuwe koppen. De werkzaamheden worden gespreid over een periode van acht jaar
Op 6 augustus 2012 maakte De Lijn bekend een order voor 48 vijf- en zevendelige Flexity 2-trams (10 zevendelige voor Gent – serie 6351-6360) te hebben geplaatst bij Bombardier voor de tramnetten van Antwerpen en Gent. Evenals bij de HermeLijnen is de vormgeving van de hand van de Belgische ontwerper Axel Enthoven. In de nacht van 10 op 11 december 2014 arriveerde de 6353 als eerste. De naam Albatros voor deze trams werd bedacht door de Gentenaar Gunther Govaert. Met de komst van deze eerste 10 Albatrossen werden alle niet-gerenoveerde trams buiten dienst gesteld. De 6225 bleef actief als ontijzelingstram en doet tegenwoordig herschilderd in MIVG-kleuren dienst als museumtram 25.
Op 8 mei 2015 werd een vervolgbestelling geplaatst voor 40 trams (16 zevendelige voor Gent). In het eerste kwartaal van 2017 begon de levering van deze 16 Albatrossen (6361-6376) uit de vervolgbestelling, waarna ook de 22 gemoderniseerde PCC-rijtuigen (6202-6223) buiten dienst gingen. Daarvan gingen zeven stuks naar Antwerpen om tijdens werken ook tweerichting-PCC’s te kunnen inzetten. Na voltooiing van de leveringen heeft Gent dan 26 zevendelige Albatros-trams met de nummers 6351-6376.
In juni 2017 maakte De Lijn bekend dat een contract van 295 miljoen euro voor mogelijk 146 nieuwe Urbos 100-trams (48 voor de Kusttram, 58 voor Antwerpen en 18 voor Gent) naar de Spaanse fabrikant CAF gaat. Inmiddels zijn 48 trams voor de Kusttram met de naam Zeelijner geleverd en zijn 58 trams voor Antwerpen met de naam Stadslijner in aflevering. Voor Gent is er nog geen planning.
Het tramnet
Na diverse verlengingen en omwisselingen waren er tussen 2005 en 2010 onderstaande tramlijnen:
Lijn | Traject |
1 | Flanders Expo – Sint-Pietersstation – Kouter – Korenmarkt – Rabot – Evergem Brielken |
4 | Sint-Pietersstation – Rozemarijnbrug – Rabot – Muidebrug – Korenmarkt – Zuid – Gentbrugge Moscou |
21 | Zwijnaardebrug – Sint-Pietersstation – Rozemarijnbrug – Kouter – Zuid – Melle Leeuw |
22 | Zwijnaardebrug – Sint-Pietersstation – Rozemarijnbrug – Kouter – Zuid – Gentbrugge Boswachterstraat |
Na een aantal wijzigingen, waaronder een verlenging van lijn 4 naar het Universitair Ziekenhuis in maart 2016 (het plan daarvoor bestond al in 1972), zag het tramnet er in mei 2017 zo uit:
Vanwege werken aan de Coupure Rechts en de zogenaamde Petercelle-as (Kortrijksepoortstraat – Nederkouter – Koophandelsplein – Veldstraat) telt Gent vanaf 6 januari 2024 weer vier tramlijnen aangevuld met een pendelbus. De werken aan de Coupure Rechts duren tot ongeveer juni 2024, maar de werken aan de Petercelle-as duren tot 2029.
Lijn | Lijnkleur | Route |
T1 | Okergeel | Flanders Expo – Gent Sint-Pietersstation – Kouter – Zuid – Gentbrugge Stelplaats |
T2 | Groen | Evergem – Wondelgem – Korenmarkt – Zuid – Melle Leeuw |
T3 | Blauw | Zwijnaarde Bibliotheek – Gent Sint-Pietersstation – Kouter – Zuid – Moscou |
T4 | Rood | Gent UZ – Gent Sint-Pietersstation |
Pendelbus | Zwart |
150 jaar tram
De viering van 150 jaar tram in Gent op zaterdag 18 en zondag 19 mei 2024 maakt het mogelijk een indruk te krijgen van de ontwikkeling van de tram in Gent. Voor de ontwikkeling van de tram in Gent lijkt als variant van de Zeeuwse wapenspreuk te gelden: “Ik worstel en blijf boven”. Op het moment van schrijven van dit artikel is alleen deze nog weinig informatie bevattende website over 150 jaar tram in Gent beschikbaar.
Frits van Buren
ReferentiesF.R. van Buren, De tram in Gent (1), NVBS Actueel, februari 2024. F. Coussens en E. Keutgens, 100 jaar elektrische tram in Gent – 1904-2004, VZW Vlaams Tram- en Autobusmuseum (Vlatam). Bibliotheek NVBS Ta-410.164. F. Coussens, Van accumutatorentram naar elektrische trolleytram. F. van der Gracht, Op de Rails, 32 (1964) (5), 71-73. J.H. Broers en F. Coussens, Op de Rails, 45 (1977) (11), 327-329. Luc Koenot, Op de Rails, (2016) (8), 406-413. Van de paardentram naar de Dampoort tot de Hermelijn naar Flanders Expo en Gentse tramnostalgie over de MIVG op SeniorenNet. Veel informatie en (soms matige) foto’s van onder andere drie-assige trams. L. Hoste, Gentse Stadstrams en -Bussen, Heemkundige en Historische Kring “Gent”, 1982. Bibliotheek NVBS Ta-410.089. De collectie van het Vlaams Tram- en Autobusmuseum, 2007. |
Zie ook Met tramkaartjes door Gent in dit nummer. |