Nog even dit…

Reacties van lezers, aanvullingen op eerdere artikelen, oproepen en leuke nieuwtjes. Dit zijn zaken die thuis­horen in “Nog even dit…”. Heb je ook iets te melden? Laat het ons weten!

Ons mailadres: nieuwsbrief@nvbs.com.


Uit het knipsel­archief

De NVBS kent als dochter de Stichting NVBS Railverzamelingen (SNR). De stichting heeft als doel het bewaren van foto’s, prent­brief­kaarten, documen­tatie, spoorbaantekeningen, dia’s, films en krantenknipsels van voornamelijk Nederland en voor­malige koloniën. René Janson houdt zich bezig met de kranten­knipsels tramwegen Nederland.

Anekdotes over de RTM (5)

Enkele maanden geleden stootte René op een stapel knipsels met artikelen die uiteindelijk in een serie van 70 afleveringen verschenen in het huis-aan-huisblad De Botlek. De artikelen werden geschreven door journalist en oud-politieman Joop van der Hor. Hij tekende onder andere anekdotes op die werden verteld door oud-politieman Fer Huizer. Met toe­stemming van Fer Huizer worden deze anekdotes in NVBS Actueel gepubliceerd. Die hebben alle betrekking op het tramnet op Voorne-Putten, het net dat het langst door de RTM is geëxploiteerd.


Voor vergroting: klik met rechter muisknop en open afbeelding in nieuw tabblad.


De koninklijke wachtkamer van Den Haag Hollands Spoor

Den Haag Hollands Spoor is een van de stations die een koninklijke wachtkamer hebben of hebben gehad. Het oorspronkelijke stationsgebouw uit 1843 werd in 1891 vervangen door het nu nog bestaande gebouw, ontworpen door architect D.A.N. Margadant in neo-renaissance stijl. Dit station werd al bij de bouw voorzien van een koninklijke wachtkamer. Deze bestaat nog steeds en kan af en toe door het publiek worden bezocht.

In de nacht van 14 op 15 oktober 1989, nog tijdens de lopende restauratie van de perronkappen, werd door een inbreker brand gesticht in de stationsrestauratie op het middenperron. De brand verwoestte het perrongebouw en een deel van de perronkap. De perronkap werd later in historische staat hersteld, maar het perrongebouw alleen uitwendig. Pas in 2010 vond een grondige renovatie van het monumentale perrongebouw plaats.

Voor een uitvoerige beschrijving van dit station zie De Spoorwegarchitectuur in Nederland 1841-1938 door H. Romers, blz. 156.

De stationskap van Den Haag Hollands Spoor, gezien in noordelijke richting.

De koninklijke wachtkamer

De ingang van de koninklijke wachtkamer bevindt zich aan de linkervoorzijde onder een luifel.

Station Den Haag HS met aan de linkerzijde de luifel met daaronder de toegangs­deur tot de koninklijke wachtkamer.

De toegangsdeur tot de koninklijke wachtkamer.

Via de toegangsdeur komt men bij het trappenhuis. De wachtruimten bevinden zich namelijk op perronhoogte, dus een verdieping hoger.

De hal en het trappenhuis van de koninklijke wachtkamer.

Via de deuren op de achtergrond is zichtbaar dat de trap uit twee delen bestaat, gescheiden door een bordes. Na het bordes voert de trap naar het niveau van de vertrekken.

Het tweede deel van de trap en het schilderij dat zich ter rechterzijde van de glas-in-loodvensters bevindt.

Aan de straatzijde bevinden zich drie glas-in-loodvensters. Het middelste venster bevat de wapens van de provincies terwijl een schildknaap het wapen van Den Haag vasthoudt. In het linker venster houdt een schildknaap het wapen van Rotterdam vast, in het rechter venster dat van Amsterdam. Aan weerszijden van de glas-in-loodvensters bevindt zich een groot schilderij, waarvan het rechter exemplaar hierboven is afgebeeld.

De glas-in-loodvensters aan de straatzijde.

Op dit niveau bevindt zich ook de kamer voor de hofhouding. Deze was oor­spronke­lijk – evenals de andere vertrekken – geheel in stoomtreinstijl voorzien van stoomverwarming. Merkwaardig genoeg was toch een rookgasafvoer aanwezig. Bij een tien jaar durende restauratie van de koninklijke wachtkamer is deze stoomverwarming vervangen door gasverwarming.

Aan de andere kant van de hal bevindt zich de balkonkamer. Maar de belang­rijkste ruimte is de grote ontvangstkamer. Deze bestaat uit een grote ruimte waarin zich ook de toegangsdeuren tot het perron bevinden en twee kleinere nevenruimten aan beide zijden van de ontvangstruimte.

De grote ontvangstkamer met geheel links de deuren naar het perron.

Wachten op de koninklijke trein

Behalve in Den Haag HS bevinden zich in Baarn en Amsterdam Centraal koninklijke wachtkamers. Deze drie wachtkamers zijn af en toe voor publiek toegankelijk (zie kader hieronder). In het Spoorwegmuseum is de vroegere koninklijke wachtkamer van station Den Haag SS te zien. Verder zijn er konink­lijke wachtkamers geweest in Apeldoorn en Vlissingen.

In koninklijke wachtkamers werd de komst van de koninklijke trein afgewacht. Maar dat gebeurt nu niet meer. Het laatste koninklijke rijtuig reed op 12 juli 2024 (zonder koning) naar het Spoorwegmuseum.

Tekst en foto’s (24 mei 2024): Frits van Buren

  • De koninklijke wachtkamer in Den Haag HS kan op zondag 28 juni en 5 juli 2026 worden bezocht (voor zover niet uitverkocht).
  • De koninklijke wachtkamer in Amsterdam kan op zondag 28 juni, 5 juli en 12 juli 2026 worden bezocht (voor zover niet uitverkocht).
  • De koninklijke wachtkamer in Baarn kan in het najaar van 2026 op ver­schillende dagen worden bezocht.
  • Via het Spoorwegmuseum kun je in 2026 en 2027 een bezoek regelen aan deze drie koninklijke wachtkamers. De wachtkamer in het museum en de koninklijke rijtuigen langs het perron kun je altijd bekijken.

De gedenksteen van Lage Zwaluwe

Vorige maand besteedden we aandacht aan de sloop van het stationsgebouw van Lage Zwaluwe en wat daarvoor in de plaats kwam. Aan dat station hing sinds 1950 een gedenksteen ter herinnering aan de elektrificatie van het spoor. Na de sloop van het station werd deze gedenksteen ingemetseld in een muurtje.

Marius Broos maakte daarvan in 2013 een opvallende foto. Het muurtje bleek te laag voor de gedenksteen, maar dat was geen probleem voor de lieden die met deze metselklus waren belast: ze begroeven de steen gewoon een stukje onder de grond. Marius stuurde daarop een briefje naar de gemeente. Daar kreeg hij geen antwoord op, maar de ambtelijke molens kwamen kennelijk toch op gang: na enige tijd werd het muurtje wat verhoogd zodat de gedenksteen weer helemaal leesbaar werd.

De gedenksteen van Lage Zwaluwe in 2013 (foto Marius Broos) en in 2026 (foto Nico Spilt).


Railtips

Activiteiten van de NVBS

In de agenda op nvbs.com staan alle activiteiten van de NVBS, zoals bijeenkomsten van onze afdelingen.

Je vindt hier ook de openingstijden van de winkel, de bibliotheek en het archief in Amersfoort.

Verder staan op onze website railtips met informatie over bijzondere ritten en andere wetens­waardigheden.

Dagvers nieuws vind je verder op de NVBS-pagina op Facebook.


Railtheater Amsterdam

Het Rail Theater Amsterdam geeft alleen incidenteel nog voorstellingen in de eigen RTA-zaal in Amsterdam. Soms zijn er gast­­voorstellingen, onder andere bij de NVBS. Ook kun je films bekijken in het Digitale Rail­theater.


Miniworld Rotterdam

Miniworld Rotterdam is sponsor van de NVBS. De NVBS heeft daar ook een eigen reclamemast. Miniworld is vijf minuten lopen vanaf Rotterdam Centraal.

NVBS-leden krijgen 20% korting op de toegang. Gebruik kortingscode NVBS95@MWR bij het reserveren. miniworldshop.nl

Lees ook Een kleine wereld in een grote stad


In memoriam Ab van Donselaar

Op 4 november 2025 is Ab (drs. A.E.E.) van Donselaar, na enkele maanden verpleging, in Amsterdam overleden. Hij is 84 jaar geworden.

Ab is geboren in Amsterdam en heeft altijd in zijn ouderlijk huis in de hoofdstad gewoond. De ligging van die woning vlakbij het Amstelstation zal zeker bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van zijn hobby voor het railvervoer, waarbij de tram de boventoon voerde. Hij ging economie studeren, deed daar behoorlijk lang over en werd in 1973 doctorandus. De titel werd met vrienden en kennissen vanzelfsprekend met een tramrit gevierd. In de jaren daarna heeft hij in Ede, Amsterdam en Utrecht met wisselend enthousiasme les in economie gegeven.

Fotograferen was voor Ab al vroeg een belangrijk onderdeel van de liefhebberij. Hij deed dat tot in 1961 met statief en een glasplatencamera. De wat schichtige handelingen achter dat toestel trokken op het Rotter­damse Marconiplein zelfs de aandacht van de politie. Geregeld zijn die opnamen in Op de Rails als illustratie gebruikt.

De Amsterdamse lijn 5 was zijn favoriete lijn, samen met de vaste motorwagens in de jaren 50: de ‘Utrechtenaren’. Hij sprak veelal over zijn ‘lievelingen’. Samen met de chef van de remise Lekstraat (en tegen de wil van de directie) kreeg hij het voor elkaar dat de 301 op 16 september 1961 de laatste rit op lijn 5 reed. Ook bevorderde hij het opzij zetten van de 301 naast de 1236 voor museum­doeleinden. Een lange­termijn­visie was hem niet vreemd.

Museumtrams hebben altijd zijn interesse gehad. Ab speelde een belangrijke rol bij het terughalen van de Amsterdamse wagens 307 en 946 uit het Nederlands Trammuseum in Weert. In 1967 werden veel twee­assers gesloopt en moesten ook de terzijde gezette museumwagens uit de remise Lekstraat verdwijnen. In allerijl moest een aantal wagens van de sloop worden gered. Hierbij heeft Ab vele zaken samen met Peter Kranenburg geregeld. Ruim tien trams werden eerst in Bovenkarspel en later in Hoorn op NS-sporen gestald. Ab was dan ook zeer ontdaan (zeg maar gewoon kwaad) toen hij bemerkte dat zijn 301 een crème Utrechts uiterlijk had gekregen bij de viering van het 5-jarig bestaan van de stoomtram Hoorn-Medemblik.

Begin jaren 70 veranderde de houding van het GVB inzake het historisch erfgoed en kwam er een klein depot in remise Lekstraat onder TS-vlag. Ab en anderen werkten daar aan het opknappen van wagens voor het 75-jarig (elektrisch) tramjubileum in Amsterdam. Daar stond ook de weer teruggekeerde 301. Deze zou dit jubileum nog niet als opgeknapte wagen meemaken. Dat voor hem vreugdevolle moment kwam op 23 december 1978 met een rondrit door Amsterdam.

Via de WOVAA (Werkgroep Openbaar Vervoer in de Agglomeratie Amster­dam) heeft hij als lobbyist mee­gewerkt aan het behoud van een aantal Amsterdamse tramlijnen door tegenspel te geven op de nota “Lijnen voor Morgen” van het GVB. Grote steun gaf hij ook aan de oprichting van de EMA museumtramlijn, later ook met de aanschaf van tramwagens uit Wenen. Deze werden liefdevol de ‘werkpaarden’ van de museumlijn genoemd.

Nadat het AOM (Amsterdams Open­baar Vervoermuseum) de taken van de GVB-afdeling Bijzonder Vervoer had overgenomen, heeft Ab zich ook hierbij aangesloten als bestuurder en conducteur. Dit was ook het moment dat hij besefte dat tramrijden leuker was dan lesgeven. Hij deed veel dienst in de stad. liefst op zijn eigen Utrechtenaar 301 (toen met het oude nummer 1), en heeft zelfs met drie gekoppelde PCC’s in Amsterdam gereden.

Als verzamelaar was hij gretig op alles wat zijn belangstelling had, maar geldgebrek, vooral tijdens zijn studietijd, deed hem ook een aantal keren gespaarde ansichtkaarten en negatieven verkopen. Hierdoor ontstond in Amsterdamse tram­kringen een nieuw werkwoord, het zogenaamde ‘verdonselen’.

Ab schreef artikelen in diverse tijd­schriften op railgebied. De Gooische was hierbij een geliefd onderwerp. Voor de museumlijn heeft hij een lezenswaardig boekje over het materieel samengesteld. Zijn Electrische museumtrams in Amsterdam vertelt bezoekers meer over herkomst en inzet van het meest gebruikte materieel in die tijd. Zijn magnum opus bestaat uit twee dikke boeken over de Haagse tram, die voor de beschreven periode als standaardwerk zijn te beschouwen. Ze zijn op fraaie wijze uitgevoerd en geïllustreerd en vooral deel 1 is veelgevraagd.

Helaas gebruikte hij eind jaren 50 een wat harde beoordeling van personen. Dat leidde ook wel tot conflicten. Hij kon ook zeer over­tuigend zijn mening naar voren brengen. Die hardheid vlakte na verloop van tijd steeds meer af en ging over in een warme belang­stelling in het wel en wee van anderen. Het vinden van zijn partner Peter Jan Kok bracht een grote verandering in zijn leven. Samen fotografeerden ze trams en dronken ze een glaasje. Het maakte Ab ook huisvader en later geruime tijd mantelzorger.

Zijn uitvaart had ook een bijzonder ’tramtintje’. Het rouwbezoek werd bij de kerk de Bron aan de Hugo de Vrieslaan opgehaald met museum­tram 602 (natuurlijk als lijn 5 en met ‘laatste rit’ als bestemming) voor een stapvoetse rit naar eindpunt Diemen en weer terug. De tram werd deels voorafgegaan door de rouwauto met de baar en dragers. De auto, dragers en de belangstellenden sloegen bij de Kruislaan af naar de Nieuwe Ooster Begraafplaats.

Daar namen we afscheid van een welhaast iconische tramhobbyist, die met onvermoeibare inzet veel heeft bijgedragen aan het behoud en het levend houden van de Amsterdamse museumtramlijn en haar trams.

Karel Hoorn

foto’s: Frans Boom, Tim Boric, Karel Hoorn