Portret: René van den Broeke – februari 2018

Portret: René van den Broeke – februari 20182018-03-11T18:11:18+00:00


Je moet geen dingen achter glas bewaren, je moet ermee rijden

Vijftig jaar Museumstoomtram Hoorn-Medemblik

Op 23 mei 1968 reden er voor het eerst stoomtrams tussen Hoorn en Medemblik. Deze ritten werden georganiseerd door de nog jonge Tramweg-Stichting. Vijftig jaar later rijden hier nog steeds stoomtrams, nu onder de vlag van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik (SHM). Over het verleden, het heden en de toekomst van dit rijdende museum spraken we met directeur René van den Broeke. Het interview vond plaats in het fraaie stationsgebouw van de SHM in Hoorn.

René van den Broeke: “De museumstoomtram bestaat nu 50 jaar en zelf besta ik ook 50 jaar! Sinds 1 januari 2013 ben ik directeur van dit schitterende museum. Op mijn zestiende ben ik hier begonnen als vrijwilliger. Ik woonde in Amersfoort en heb het stoomvirus meegekregen van mijn opa en mijn vader.”

“Ik heb van alles gedaan. Zo heb ik hier het documentatiecentrum opgebouwd, maar ik werkte ook als stoker. Het hoogtepunt was 1989, toen ik als stoker op de 3737 meereed. In 1999 deed ik in Hoorn mijn machinistenexamen. Ik rijd hier nog steeds als machinist, alleen veel te weinig helaas. Als directeur heb ik een volle baan, 40 uur, maar om alles te doen wat ik wil ben ik 60 uur per week bezig. Dat is het gevaar als je van je hobby je beroep maakt.”

René van den Broeke, directeur van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik, poseert voor de enorme foto aan de muur van zijn kantoor. Hierop staat station Amsterdam Weesperpoort, met rechts stoomloc 11 van de Gooische Stoomtram.

Vooruitziende blik

“Het is bijzonder dat we al zo lang bestaan. Op 23 mei geven we een jubileum­boek uit. In het voorwoord verwijs ik naar wat Herman Duparc 25 jaar geleden schreef over het begin van de Tramweg-Stichting: ‘we gaan geen dingen achter glas bewaren, we gaan ermee rijden’. Dat was in die tijd een spectaculaire keuze en het heeft ook lang geduurd voordat het serieus genomen werd. Maar Duparc had een vooruitziende blik: we gaan met het rijden van trams zoveel geld verdienen, dat we daarmee andere trams kunnen restaureren.”

“Dat geldt ook voor de RTM, die in dezelfde tijd is begonnen. Het unieke is dat men daar een samenhangende collectie bijna integraal heeft kunnen overnemen, het is allemaal op tijd gered. In Hoorn hebben we alles moeten verzamelen en moeten reconstrueren. Maar terugkijkend zijn we erin geslaagd om een mooie collectie op te bouwen van wat er in Nederland aan stoomtrams heeft gereden. De Bello is een bekend voorbeeld, we hebben een ‘Backertje’ kunnen redden, en de 18 is natuurlijk een belangrijke locomotief. Bij elkaar kunnen we hier een mooi beeld geven van hoe het honderd jaar geleden geweest moet zijn.”

Hoorn, 27 juni 1970. Loc 18 van de Gooische Stoomtram maakt zich op voor een rit naar Medemblik. De gele dieselloc is afkomstig van de Hoogovens. Hiermee werd in de jaren 70 het goederenvervoer tussen Hoorn en Medemblik verzorgd, een belangrijke inkomstenbron voor de Tramweg-Stichting. Foto: Nico Spilt.

Veel bezoekers

“Vorig jaar is loc 6513 in dienst gekomen, een loc die dateert uit een periode die nog niet in onze collectie was vertegenwoordigd. Dit is een locomotief die veel te ‘vertellen’ heeft en waar veel belangstellenden op af zijn gekomen. Het in dienst stellen van deze locomotief was echt een kippenvelmoment voor mij, na zoveel jaren werk.”

“Het gaat goed met de SHM, al moeten we af en toe wel op onze tenen lopen. We voeren veel projecten uit en het aantal bezoekers groeit nog steeds, maar de groep mensen waarmee we het moeten doen blijft klein. Naast 300 vrijwilligers hebben we 20 mensen (18 fte) in vaste dienst. Dat kan niet anders: we zijn te groot geworden om het alleen met vrijwilligers te doen. Maar het is wel een dilemma: enerzijds moet je een bedrijf runnen, anderzijds wil je ook je museum verder opbouwen. Het is veel werk, maar wel ontzettend leuk. Iedereen hier weet dat dit geen bedrijf is waar je om 5 uur de deur achter je dichttrekt en morgen weer verder gaat.”

Medemblik, 23 mei 1968. Loc 30 met twee blokkendoosrijtuigen van NS vormde een van de twee trams tijdens de eerste ritten van de Tramweg-Stichting. Zie ook het filmpje verderop. Foto: J.J. Overwater (beeldbank SNR).

Jubileumjaar 2018

“Dit jaar vieren we ons jubileum, dan gaan we bijzondere dingen doen. In de meivakantie openen we het Bello Atelier. In de werkplaats laten we onze bezoekers zien hoe we een stoomlocomotief restaureren. Een thema hierbij is ‘duurzaamheid’. We moeten nadenken over hoe we met onze locomotieven kunnen blijven rijden als we daarvoor geen steenkool meer mogen gebruiken. Daar hebben we al ideeën over en die willen we in de werkplaats laten zien.”

“In de zomer gaan we het hebben over onze toeristische functie. Al onze acht stoomlocomotieven komen dan bij toerbeurt in actie in de dienstregeling. Op 7 en 8 juli is het Bello Festival. Net als twee jaar geleden willen we dan stoomritten organiseren tussen Hoorn en Enkhuizen, om het contrast te laten zien tussen trein en tram. Onze eigen locomotieven kunnen niet op de hoofdbaan rijden. Ze hebben geen ATB en ze kunnen ook niet snel genoeg, behalve misschien Bello als je heel veel gas geeft.”

“In oktober, tijdens de herfstvakantie, willen we laten zien hoe rond 1920 het depot van een lokaalspoorbedrijf eruit zag. Dat kan niet alleen met ons eigen materieel, dus daarvoor schakelen we bevriende organisaties in. Ik mag er nu nog weinig over zeggen, maar het wordt een groot evenement. Verder hebben we dit jaar op 23 mei nog een intern feestje, met onze eigen medewerkers, op de dag dat we echt 50 jaar bestaan.”

Bergen-Binnen, 26 juli 1970. Loc 7742 heeft jarenlang staan te verpieteren in de zeelucht, totdat ze naar Hoorn verhuisde om daar in oude luister te worden hersteld. De bijnaam “Bello” danken dit soort locs aan de bel die voortdurend klonk tijdens het rijden. Foto: Nico Spilt.

Inspiratie opdoen

“Ik ben zelf nog steeds een stoomliefhebber. Ik ga elk jaar naar de Harz, het liefst in de winter. En ik ga ook een keer per jaar naar Groot-Brittannië om inspiratie op te doen. We hebben een samenwerkingsovereenkomst met de Bluebell Railway, ten zuiden van Londen. Dat is een museumlijn zoals die hoort te zijn. Ik weet niet hoe ze dat doen; het zit in hun genen.”

“En ook als ik op vakantie ga in Zuid-Europa waar geen treinen rijden, dan probeer ik toch altijd een museumlijn mee te pikken. Het is als directeur handig als je die passie hebt, want dan begrijp je de vrijwilligers ook. Aan de andere kant: volgende week moeten de jaarcijfers af. Dat heeft niets met stoomtreinen te maken, maar moet wel gebeuren.”

Medemblik, zomer 2017. Loc 6513 is in de werkplaats van de SHM gereconstru­eerd op basis van een uit 1887 daterende stoomlocomotief. Deze loc is van een type dat bij de SS en NS heeft dienstgedaan. Deze locs droegen bij de NS de nummers 6501-6512, vandaar dat deze ‘nieuwe’ loc het nummer 6513 kreeg. Foto: Willy Hesselink-Schraa.

Lastige perioden

“We hebben ook lastige perioden meegemaakt. In het begin heb je niks en moet je mensen hebben die bereid zijn tot diep in de nacht vlampijpen te vervangen om een loc aan het rijden te houden. Op een gegeven moment gaat zo’n bedrijf groeien. Dan heb je geen vijf mensen meer maar vijftig; dat vraagt om een andere manier van leidinggeven. Je hebt niet alleen technische kennis nodig, maar ook sociaal inzicht. En je moet met overheden kunnen onderhandelen. Bijvoorbeeld met de gemeente die graag een hoge parkeergarage vlak voor de deur van je station wil neerzetten. Zo’n gemeente zegt: die stoomtram staat maar een beetje in de weg, maar wij zeggen: we zorgen wel voor 100.000 bezoekers per jaar. Daar moet je samen dus uit zien te komen.”

“We kunnen goed opschieten met de partijen waar we mee te maken hebben. Vroeger was dat wel eenvoudiger: toen was er maar één aanspreekpunt, de president-directeur van NS. Maar dat bedrijf is uit elkaar gevallen. Wij hebben nu vooral met ProRail te maken, maar ook met de inspectie (ILT) en met de gemeente. Dat levert juridisch getouwtrek op, terwijl op zich iedereen op de hand is van de SHM.”

Hoorn, 8 juli 1973. Het eerste ‘station’ van de stoomtram. Rechts motorrijtuig M3, overgenomen van de Hümmlinger Kreisbahn. Later kwam het terecht bij de VSM, waar het uiteindelijk is gesloopt. Foto: Nico Spilt.

Over 50 jaar nog steeds leuk

“Ik denk dat mensen over vijftig jaar stoomtreinen nog steeds leuk zullen vinden. Bij de jongere bezoekers zie je de fascinatie voor deze locomotieven. Maar we laten ook zien hoe het reizen vroeger ging, en daarmee bereiken we weer andere doelgroepen. Het beeld dat we hier laten zien is het reizen per stoomtram in de jaren twintig. Wij hebben een afgesloten verzamelgebied. De stoomtram in Nederland is opgehouden te bestaan in 1966 en daarmee houdt voor ons het verzamelen op. Ik zie hoe onze collega’s in Utrecht daarmee worstelen: die moeten straks misschien een Thalys gaan bewaren. Of zoals nu een Buffel. Dat is weer 50 meter die goed onderhouden moet blijven. Nee, die wil ik niet hebben hoor! Die past niet in het tijdsbeeld dat wij willen laten zien, maar hij mag natuurlijk best een keer langskomen.”

“Dat we al zo lang bestaan is de verdienste van de honderden mensen die hier belangeloos bezig zijn geweest. Onze grootste uitdaging is misschien: zijn er over tien of vijftien jaar nog wel mensen die om 5 uur ’s ochtends hun bed uit komen om een stoomloc op te stoken. Maar gelukkig hebben we de laatste jaren veel jongeren geworven. We hebben vrijwilligers die al 50 jaar actief zijn, heel bijzonder. Maar zelf loop ik hier ook al weer 33 jaar rond. Ik voel me hier enorm thuis.”

interview: Nico Spilt


Filmpje: de eerste ritten op 23 mei 1968

Beelden van de eerste ritten van de Tramweg-Stichting op 23 mei 1968. Camera: Hans van Engelen, Han Esser e.a. Montage: Nico Spilt. Bron: film- en geluid­archief van de Stichting NVBS Railverzamelingen (SNR).


Lees ook het artikel “Een onvergetelijke dag” door Willy Hesselink in En nog even dit…

Print Friendly, PDF & Email

René van den Broeke

René van den Broeke is geboren in 1968, het jaar waarin er voor het eerst stoomtrams reden tussen Hoorn en Medemblik. Op zijn zestiende werd hij vrijwilliger bij de SHM. Hij begon als stoker en heeft later zijn machinistenexamen gehaald. In 2013 kwam hij in dienst als directeur. Hij rijdt nog steeds op de tram: minimaal tien keer per jaar om zijn bevoegdheid te houden.

René heeft bedrijfskunde gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is onder andere actief geweest voor de stichting Mobiele Collectie Nederland en heeft een aanzet gemaakt voor het Nationaal Register Railmonumenten. René is getrouwd en heeft drie kinderen. Die hebben andere passies dan hun vader; zij zorgen ervoor dat hij ondanks zijn enthousiasme voor de tram op het goede spoor blijft.

De Tramweg-Stichting (TS)

Rond 1960 constateerden tram­liefhebbers in de NVBS dat er een tijdperk op zijn einde liep. Inter­lokale trambedrijven als de NZH en de RTM sloten steeds meer lijnen en gingen over op busexploitatie, terwijl de stadstrambedrijven in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag druk aan het moderniseren waren. Daarmee verdwenen steeds meer oude trams uit het stads- en streekbeeld.

Uit de museumcommissie van de NVBS kwam in 1965 de Tramweg-Stichting (TS) voort, die zich ten doel stelde historisch belangrijke tram­rijtuigen en andere tram­objecten te bewaren, zo mogelijk in rij­vaardige toestand. De Tramweg-Stichting heeft de basis gelegd voor de huidige RTM in Ouddorp (actief sinds 1966) en de Museum­stoom­tram Hoorn-Medemblik (actief sinds 1968). De TS bestaat nog steeds als over­koepelend orgaan en kent verschil­lende werkgroepen verspreid over het land.

Museumstoomtram Hoorn-Medemblik (SHM)

Informatie over de geschiedenis, de organisatie en het materieel van de SHM staat op Wikipedia.

Websites

Tramweg-Stichting: www.tramwegstichting.nl

RTM Ouddorp: www.rtm-ouddorp.nl

Stoomtram Hoorn-Medemblik: www.stoomtram.nl

Jubileumprogramma

Het programma ‘Vijftig jaar Museum­stoomtram Hoorn-Medemblik’ staat op www.stoomtram.nl/nl/50jaar