De overblijfselen van de spoorlijn Saint-Quentin – Guise
Spoorzoeken in Noord-Frankrijk (2)
Frits van Buren vervolgt zijn reis langs het overige nog bestaande gedeelte van de spoorlijn Saint-Quentin – Guise tot en met Origny-Sainte-Benoite en de plaats Guise, het oorspronkelijke eindpunt van de lijn. In het eerste deel van dit artikel werd het gedeelte tot en met Séry-lès-Mézières beschreven.
Ook in Ribemond takte een spoorlijn van 17 km in zuidelijke richting af naar La Feré Chevresis. Deze zijlijn is van 1898-1952 door de Chemin de fer de Saint-Quentin à Guise geëxploiteerd en daarna opgeheven. Ribemont is met sinds 1962 ongeveer 2000 inwoners duidelijk wat groter dan de eerder genoemde plaatsen. Het uit 1874 daterende in vakwerk opgetrokken station werd bij de opening van de spoorlijn Ribemont – La Feré Chevresis aangevuld met een loodrecht daarop staand stenen gebouw. Deze gebouwen zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog niet beschadigd.

Het station van Ribemont in 1905. Bewerking van postkaart. Fotograaf onbekend. Wikimedia.

Het station van Ribemont op 31 juli 2014. Fotograaf: Havang. Wikimedia.
Het aan het eind van de Rue de la Gare staande gebouw ziet er nu fraai uit. Het is thans een Gîte met 6 kamers voor 13 personen.

Het station van Ribemont op 23 juli 2026.

Het spoor ten zuiden van het voormalige station van Ribemont op 23 juli 2026.
Het over het spoor gespannen net op bovenstaande foto geeft aan dat daar iets aan de hand is. Het kronkelige spoor achter het net laat zien dat de hoge temperaturen in de voorgaande periode niet ongemerkt aan het spoor voorbij zijn gegaan. Ook de toestand van de houten dwarsliggers over het hele traject is uitgesproken slecht.
Ook het gehucht Lucy ten zuiden van Ribemont had een station. Van het oorspronkelijk station is geen eerdere informatie beschikbaar maar in 1921 is het aan de Rue de la Gare 10 staande gebouw herbouwd. Het lijkt thans ook particulier bewoond te worden.

Het station van Lucy op 23 juli 2026.
Aan de overzijde van de spoorwegovergang bevindt zich de Moulin de Lucy. Dit is een vijf verdiepingen tellende in 1840 gebouwde watermolen die gebruik maakte van het water van de Oise. In het begin van de 20e eeuw werd de molen omgebouwd tot een katoenmolen door een Zwitserse industrieel gespecialiseerd in het verven van garens en in textielveredeling. Dit bedrijf werd voortgezet tot 1978 waarna het gebouw in 1981 gekocht werd door een familie die zich bezighoudt met milieu en energie.

De Moulin de Lucy op 23 juli 2026.
Het eindpunt van de lijn is thans Origny-Sainte-Benoite, een plaats met ruim 2300 inwoners in 1962 en ruim 1500 inwoners in 2023. Het eerste station had met zijn vakwerkconstructie een sterke gelijkenis met dat van Séry-lès-Mézières. Na de Eerste Wereldoorlog werd het vernielde station vervangen door een stenen gebouw. Ook op deze foto staat vermoedelijk weer een door Cockerill (België) geleverde 120T locomotief (1B tenderlocomotief) zoals ook zichtbaar was op de foto van het station van Séry-lès-Mézières rond 1920.

Het oorspronkelijke stationsgebouw van Origny-Sainte-Benoite rond 1910. Bewerking van postkaart. Fotograaf onbekend. Wikimedia.

Het herbouwde station Origny-Sainte-Benoite rond 1920. Bewerking van postkaart. Fotograaf onbekend. Wikimedia.
In 2019 maakte het station met zijn dichtgemetselde ramen een desolate indruk.

Het station van Origny-Sainte-Benoite op 6 april 2019. Fotograaf: VVVCFFrance. Wikipedia.
Zeven jaar later blijkt de deplorabele toestand van het station in de Rue de la Gare (naast Rue Pasteur 10) nog onveranderd te zijn. Ook de sporen zijn nog aanwezig. De Rue de la Gare is ook in gebruik als parkeerplaats voor grote vrachtwagens.

Het station van Origny-Sainte-Benoite op 23 juli 2026.
De aanwezigheid van de fabriek van Thereos in Origny-Sainte-Benoite rechtvaardigt nog het goederenvervoer op het lijngedeelte Saint-Quentin – Origny-Sainte-Benoite. Maar op 23 juli 2026 stonden op het terrein van Thereos een aantal VTG-ketelwagens geblokkeerd door de problemen met het spoor ten gevolge van de eerdere hoge temperaturen.

De fabriek van Thereos gezien vanaf de Rue de la Gare op 23 juli 2026.
Dienstregelingen

De dienstregeling per 1 mei 1914. Wikipedia.
De dienstregeling per 1 mei 1914 dateert van vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op 28 juli 1914. Opvallend is het vertrek om 02:45 van de eerste trein van Saint-Quentin naar Guise.

De dienstregeling van 1923. Wikipedia.
Ongetwijfeld als gevolg van de Eerste Wereldoorlog die in Noord-Frankrijk grote schade heeft aangericht is het aantal ritten per dag van Saint-Quentin naar Guise in 1923 teruggegaan van acht naar vijf.
Guise
Vermoedelijk was de aanwezigheid van een grote fabriek van kachels een reden om bij de aanleg van de spoorlijn deze door te trekken naar Guise. (Lees meer over deze fabriek in het kader op deze pagina.)
Guise had in 1962 nog 7270 inwoners en dat aantal was in 2008 gedaald tot 5365. Het station in Guise was duidelijk groter dan de overige stations langs deze spoorlijn.

Het station van Guise rond 1910. Bewerking van postkaart. Fotograaf onbekend. Wikimedia.
Ook dit station heeft de Eerste Wereldoorlog ook niet overleefd en werd rond 1920 vervangen door een nieuw en heel ander gebouw. Dit nieuwe gebouw aan de Rue de la Gare werd ontworpen door Gustave Umbdenstock. Deze architect was in dienst van de Compagnie des Chemins de Fer du Nord.

Het station van Guise op 24 juli 2026.
Opvallend is dat de gevelsteen “Chemin de Fer du Nord” vermeldt. De spoorlijn Saint-Quentin – Guise werd van 1874 tot 1922 door de Compagnie du Chemin de fer de Saint-Quentin à Guise geëxploiteerd en van 1922 tot 1952 door de fusiemaatschappij Compagnie des chemins de fer secondaires du Nord-Est. Het gedeelte Guise – Lesquielles–St. Germain werd gemeenschappelijk gebruikt met de tussen 1888 en 1896 door de Compagnie des chemins de fer du Nord aangelegde lijn Laon – Le Cateau. Deze heeft kennelijk ook de stations van Guise en Lesquielles–St. Germain laten bouwen, waardoor deze stations de verkorte naam van de Compagnie des chemins de fer du Nord dragen. Dat verklaart ook waarom het station van Guise door de architect Gustave Umbdenstock van de Compagnie des chemins de fer du Nord werd ontworpen. Blijft nog over de vraag waarom Chemin op de gevelsteen zonder s werd geschreven, terwijl de maatschappij Compagnie des chemins – dus met een s – de fer du Nord heette

Het station van Lesquielles–St. Germain op 10 oktober 2017. Fotograaf : René Hourdry. Wikimedia.
Het links van het station staande gebouw deed gezien de schildering op de gevel dienst als “buffet hotel”, maar herbergt thans een aantal woningen. Dit gebouw heeft de Eerste Wereldoorlog overleefd. Ook het station zelf omvat nu een aantal woningen en aan de achterzijde zijn de rails vervangen door een fietspad.
Rechts van het station staat ook nog een grote goederenloods. Deze dateert van voor de Eerste Wereldoorlog maar heeft daarna wel een grondig herstel ondergaan.

De goederenloods van het station Guise op 24 juli 2026.
Tegenover het station bevindt zich ook nog een woning die gezien bouwstijl en aangebracht jaartal doet veronderstellen dat deze mogelijk als woning voor personeel ook bij het station behoorde.

De woning tegenover het station op 24 juli 2026.
Tekst en foto’s (tenzij anders vermeld): Frits van Buren
De Familistère van GodinIn 1846 begon Jean-Baptiste André Godin (1817-1888) in Guise een bedrijf voor de productie van (geëmailleerde) gietijzeren kachels en fornuizen dat uitgroeide tot een enorm bedrijf. Voor zijn personeel liet de zeer sociaal voelende Godin tussen 1859 en 1884 de Familistère bouwen. De Familistère bestond uiteindelijk in 1889 uit een centraal gebouw met twee vleugels waar ongeveer 10 miljoen bakstenen voor nodig waren. De drie gebouwen hadden ieder een centrale binnenplaats onder een glazen dak. Ook zorgde Godin voor gratis onderwijs en een groot aantal andere faciliteiten zoals een theater met 1000 plaatsen, een zwembad en een enorme tuin. In 1889 werden 490 appartementen bewoond door 1750 bewoners. De Familistère en de fabriek liggen dicht bij elkaar. Zowel de aantallen werknemers als de aantallen geproduceerde kachels in Guise waren enorm. Godin had in 1921 in Guise ongeveer 2100 werknemers. En er zijn naar schatting ongeveer vijf miljoen Godin-kachels en -fornuizen geproduceerd. Overigens werd de fabriek van Godin pas in 1900 verbonden met de spoorlijn Saint-Quentin – Guise. Die verbinding liep via het park aan de achterzijde van de Familistère en stak twee keer de rivier de Oise over. Tegenwoordig fabriceren nog 100-200 werknemers onder andere houtkachels. Vanaf eind jaren 60 raakte de Familistère door een aantal oorzaken in verval. Maar in 1991 werd het geheel als “Monument historique” geklasseerd en in 2000 begon het project Utopia voor de restauratie van de Familistère. De eerste fase daarvan met een omvang van 24 miljoen euro werd snel gevolgd door een tweede fase en in 2015 door een derde fase. Gegevens over het bezoek aan de Familistère staan hier.
Thans wordt een aantal appartementen gebruikt voor exposities en dergelijke en een groot aantal appartementen is in gebruik voor particuliere bewoning. De afmetingen van de Familistère blijken ook duidelijk gezien van het Chateau Fort. Dit Chateau Fort dateert uit de 12e-16e eeuw en werd aan het eind van de 17e eeuw gerenoveerd door de beroemde Franse bouwmeester Vauban. Ook van dit bouwwerk werd tijdens de Eerste Wereldoorlog een groot deel vernield maar vanaf 1952 worden restauratie werkzaamheden uitgevoerd. Het Chateau Fort is ook zeker de moeite van een bezoek waard.
LiteratuurEen standaardwerk over de Familistère is: F.K. Panni en H. Fontaine, L’Album du Familistère, Les Éditions du Familistère, 2017, 720 blz. (€ 29 bij het onthaal van de Familstère). |


De Familistère in mei 2004.
De Familistère op 24 juli 2026.
De overdekte binnenplaats van het centrale gebouw van de Familistère vanaf de 3e verdieping op 24 juli 2026.
De Familistère gezien vanaf het Chateau Fort op 24 juli 2026.
Een gedeelte van het Chateau Fort van Guise op 24 juli 2026.