Hoe een groot tramwegnet weer verdween

Stoomtrams in West-Brabant

In juni gaat de NVBS op zoek naar restanten van het eens zo grote tramwegnet in West-Brabant. Marius Broos beschrijft in dit artikel welke trambedrijven er actief waren.

In de jaren 1870-1880 ontstond de wens om het inmiddels zowat landelijke spoorwegnet aan te vullen met een fijnmazig net van secundaire lijnen. Zoals toen gebruikelijk in Nederland werd de aanleg aan het particulier initiatief overgelaten.

Soortgelijke plannen in België hadden daar tot de oprichting van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) geleid. Omdat voor al die tramwegen veel staal nodig was, was dit koren op de molen van de Belgische staal­produ­centen. Zij hadden dan ook hun afgevaardigden in de Raden van Commissarissen bij de oprichting van allerlei tramwegbedrijven, zoals de hieronder genoemde ABT en ZNSM.

(A)BT: Stoomtramweg-Maatschappij (Antwerpen –) Bergen op Zoom – Tholen

In West-Brabant werd de BT in 1882 de eerste met het traject Bergen op Zoom – Tholen (tot het pontveer over de Eendracht). De NMVB zorgde er in 1887 via allerlei juridische en financiële constructies voor dat er een lijn van Bergen op Zoom naar Antwerpen aangelegd kon worden. Het Nederlandse deel kwam in beheer bij de toen opgerichte ABT die ook de BT overnam.

Pas in 1927 kwam de brug over de Eendracht gereed en ontstond het in 1882 al zo zeer gewenste eindpunt midden in het stadje Tholen. Hoewel al bijna mosterd na de maaltijd, werd de opening op 10 oktober 1928 nog wel feestelijk gevierd. Het eindpunt in Tholen kreeg een simpele wachtgelegenheid die er tot op de dag van vandaag nog altijd staat, gerestaureerd en wel.

Gerestaureerd wachtlokaal in Tholen. Foto: Adrie Quist, 2024.

Het deel van de lijn op Nederlands grond­gebied speelde in het najaar vooral een rol in het vervoer van suikerbieten naar de fabrieken in Bergen op Zoom. Dat de ABT daarmee een succesvolle onderneming was, kan niet worden gezegd, want het vervoer van suikerbieten speelde zich alleen af in het najaar. Dat vergde voor de ABT minstens twee sterke locomotieven en een groot aantal lage bakwagens, waarvoor buiten de campagne amper of geen werk was.

Niet voor niets balanceerde de ABT met haar slechts 23,5 km aan lijnlengte steeds op het randje van de financiële afgrond. Daar kwamen nog voortdurende ruzies in het bestuur en geldverduisteringen door het personeel bij.

Een stoomtram van de ABT naar Bergen op Zoom in Ossendrecht, 1910-1919. Links van de meisjes staat hotel ‘De Ketel’ annex tramstation. Foto collectie SNR.

ZNSM: Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij

De in 1889 tot stand gekomen ZNSM had ook veel Belgisch bloed (en dus geld) in haar bestuur. Zij opende in de jaren 1890-1906 in West-Brabant een groot netwerk met een totale lengte van 93,5 kilometer, inclusief een lange uitloper naar Antwerpen. In plaatsen als Princenhage, Breda (Haagpoort), Roosendaal, Steenbergen en Willemstad werden depots of werkplaatsen gevestigd. In totaal had de ZNSM ongeveer een kwart van het totaal aan 395 kilometer lijnlengte in Noord-Brabant in exploitatie.

Tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 ging het de stoomtram in Brabant nog redelijk voor de wind, maar na 1918 kwamen er volop concurrenten met autobussen en vrachtauto’s opdagen. Dat betekende vrij snel de nekslag voor het rendement van de ZNSM en menig ander tramwegbedrijf. Net als bij de ABT nam de nieuw-opgerichte N.V. Brabantsche Buurtspooorwegen en Autodiensten B.B.A. in 1934 de exploitatie over om alle personenvervoer per tram al in 1937 te staken en alle tramvervoer in 1939 op te heffen.

Een tram van de ZNSM in de Kaaistraat in Steenbergen, 1895-1900. Fotograaf onbekend, collectie SNR.

EBN: Maatschappij tot Aanleg en Exploitatie van Buurtspoorwegen in Nederland

Naast de twee hiervoor genoemde ondernemingen kwam er in West-Brabant nog een kleintje bij. De EBN was eigenaar van het Nederlandse gedeelte van de lijn Hoogstraten – Meerle – Meersel-Dreef – Hazeldonk – Rijsbergen, een verlenging van de op 15 augustus 1885 geopende lijn Antwerpen – Hoogstraten van de Antwerpsche Maatschappij voor den dienst van Buurtspoorwegen. Op 20 maart 1899 nam zij het traject Hoogstraten – Meerle in gebruik en op 1 september 1899 het verlengstuk Meerle – Meersel – Rijsbergen.

Daarvan lag slechts 4,5 kilometer op Nederlands grond­gebied, maar daarvoor moest wel een aparte onderneming worden opgericht om de juridische status van het lijntje in het buitenland te waarborgen. Drie kilometer lag op vrije baan en daarvan is heden ten dage in Nederland nog ruim de helft als toeristisch wandel- en fietspad in gebruik en een bezoek waard. Hieraan zowat parallel stuift heden ten dage de TGV voorbij.

RTM: Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij

Tenslotte kwam de RTM in 1900 de gelederen in West-Brabant nog versterken met haar liefst 63 km lange lijn Burgh – Zijpe – Anna Jacobapolder – Sint-Philipsland – Nieuw Vossemeer – Steenbergen als uitloper van het aan te leggen eilandennet in heel Zeeland. Een derde van deze lijn lag op Brabants grond­gebied. Het bietenvervoer in het najaar naar de suikerfabrieken vormde het voornaamste aandeel in de inkomsten. De Watersnoodramp van 1 februari 1953 maakte echter een definitief einde aan het inmiddels al zieltogende bestaan in West-Brabant. Daarmee werd de tram in deze provincie volledig verleden tijd.

Locomotief RTM 32 met een tram naar Anna Jacobapolder in Nieuw-Vossemeer voor café ‘Stoomtram’. Foto: J. Voerman, 9 augustus 1940, collectie SNR.

Vervoerspolitiek in Nederland en België

Het verschil tussen de vervoerspolitiek in Nederland en België laat zich echter niet beter verklaren dan door het feit dat de NMVB in de jaren twintig en dertig zowat alle tramlijnen in de Noorderkempen (streek ten noorden van Antwerpen) nog onder de elektrische rijdraad kon brengen, zodat die hun bestaan rekten tot soms ver in de jaren zestig, terwijl in het aangrenzende deel van ons land alle trams al in de jaren dertig waren opgedoekt.

Omgekeerd kan worden gesteld dat in West-Brabant geen enkel dorp is weggevaagd, in tegenstelling tot het hele gebied tussen de landsgrens en de agglomeratie Antwerpen. Dat verdween in de jaren zestig onder metershoge zandlagen door de aanleg van nieuwe havenarmen aan de Schelde. En op die zandvlakten verrezen nieuwe distributiecentra en industriële nijverheid.

Lijnenkaart


Marius Broos

Aanmelden voor de excursie

In de reeks ‘Sporen uit het Verleden’ organiseert de SNE twee speur­tochten naar het ooit uitgebreide tram­lijnen in West-Brabant: op zaterdag 6 en zaterdag 20 juni 2026. Tot en met 22 mei kun je je aanmelden voor deze excursie.


Literatuur

Op de website van de NVBS zijn veel foto’s en tekeningen te vinden van de in dit artikel genoemde maat­schappijen.

Op de website van Marius Broos staan veel plaatjes en informatie over treinen en trams, spoor- en tramwegen, lokale en regionale geschiedenis in en om Roosendaal, in het nabije en verre verleden.

De Stoomtrams in West-Brabant door W.J.M. Leideritz. Deboektant, 1994. Plaatsnr. Ta-191.003.1 in de NVBS-bibliotheek.